integratie

Geen plannen tot verdere Europese integratie”, het klink me als muziek in de oren. Maar we spreken van een krantenbericht van 3 september 1955. In Noordwijk – of all places. Daar kwamen de ministers van de toenmalige Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal bijeen in de Rotondezaal van Huis ter Duin. Ze zouden confereren over een rapport van de toenmalige Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Paul-Henri Spaak. Maar toen Spaak arriveerde bleek dattie maar weinig te melden had, anders dan dat hij nog eens een paar weken de tijd vroeg om zijn verhaal in te leveren.

De betrokken bewindslieden zaten daar in Huis ter Duin dus eigenlijk een beetje voor aap. In een perscommuniqué bedankten ze Spaak voor zijn bemoeienissen (die dus niet tot erg veel geleid hadden) en constateerden zij ‘met voldoening’ dat er (desondanks) al een hoop bereikt was, maar dat het nog te vroeg was om nu al besluiten te nemen van enige importantie. Een lege dop in optima forma.

Het Europese integratieproces zou overigens – in weerwil van de kop in de krant – wel degelijk zijn verdere beloop krijgen en – wat mij betreft – volledig doorschieten in bureaucratie, schijndemocratische verhoudingen, surrealistische wet- en regelgeving en een bemoeienis met terreinen waarin het nooit had mogen doordringen.

Als er in Noordwijk nu eens iemand was opgestaan, die had geroepen dat die Spaak gewoon broddelwerk geleverd had en dattie er op die manier helemaal geen zin meer in had, was het misschien niet zo ver gekomen. Kansen gemist.