IMG_0610.JPG

Wim Kan (1911 – 1983) behoeft onder oudere Nederlanders geen introductie, maar onder jongere waarschijnlijk wel. Kort door de bocht: hij was een Nederlands cabaretier en wordt met Toon Hermans en Wim Sonneveld gerekend tot De Grote Drie van het Nederlandse cabaret uit de jaren vijftig tot en met zeventig van de vorige eeuw.

Kan schreef ook zo zijn dagboeken en ik haal daar één kleine passage uit, uit december 1974. Hij had toen angina en ontstoken stembanden, wat met het oog op zijn befaamde Oudejaars-conference geen goed vooruitzicht was.

Dan schrijft hij op Tweede Kerstdag van dat jaar:

Omdat de doktoren niets meer van zich lieten horen, zelf knoop doorgehakt en even naar Noordwijk gereden. Absolute verlatenheid. Storm gierde over boulevard. Regen over strand. Ook even door het verlaten dorp gedwaald. Grootse melancholie. Twee aardige mensen. Bent u echt Wim Kan? Ik: mm. Komt u weer op ouwejaar op tv. Ik: nee. Waarom bent u zo kortaf? Mag niet praten, stem! Als ik wel zou praten, kom ik misschien nooit meer op de televisie.

Tien jaar eerder – na een wat mindere confrence blijkbaar – was er kritiek op zijn optreden geweest, toen nog op de radio:

Op het strand in Noordwijk zei niemand ook maar één aardig woord. Dit alles in tegenstelling tot vrijdag toen er van paarden af tegen mij werd geroepen: Bedankt voor oudejaarsavond. Toen de politieauto op de boulevard stopte, bedankten twee agenten mij, inviteerden mij voor een kop thee in hun kantine! (6 januari 1964)