Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog kampte Nederland onder meer met schaarste aan brandstoffen. Het ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel achtte een streng doorgevoerde rantsoenering van deze eerste levensbehoefte daarom noodzakelijk. Om de verdeling van de schaarse brandstoffen in goede banen te leiden kwamen er overal in het land plaatselijke brandstoffencommissies onder voorzitterschap van de burgemeester, of een door hem aangewezen persoon. De regels voor de distributie van brandstoffen werden vastgesteld door de directeur van de Rijkskolendistributie (RKD). Op grond van deze regels beslisten de plaatselijke commissies onder meer over de toewijzing van de brandstoffen. Begin jaren twintig nam de schaarste af en begonnen de prijzen te dalen. Her en der werden de brandstoffencommissies vervolgens ook afgeschaft (Bron: http://www.huisvandenijmeegsegeschiedenis.nl/ ).
Ook in Noordwijk was een Brandstoffen-Commissie ingericht blijkens de omslag van deze envelop. Maar wie er precies de dienst uitmaakte in die Commissie en hoe de uitvoering ter hand genomen was, weet ik niet. Daarvoor waren wel algemene regels gesteld, maar er was nog wel enige marge voor de plaatselijke commissies om ook zelf beslissingen te nemen.

