Mijn vader rookte Willem II Numa’s. Zwaar gepoederde sigaren, kunstmatig en zoetig. Hij rookte ze wel en hij rookte ze niet. Ze konden uitgedoofd uren aan zijn lippen hangen, als hij bezig was in de bollenschuur of op de velden. Af en toe de fik erin, maar na twee trekken was zo’n Numa dan al weer levensloos. Het was een klein sigaartje, maar vader moest er wel 20 keer de hens in steken voordat-ie op was. Hij kocht ze overal: bij Jaap Vink in de Wilhelminastraat, bij Leen Vliet Vlieland in de Kerkstraat en bij Frans Slats in de Douzastraat. Vader is er ooit mee opgehouden, met roken, maar die Numa’s associeer ik voor altijd en eeuwig alleen met hem.
Blog5393: Numa


Ik kan hem nog zo uittekenen, rug naar de wind gedraaid, sigaar en z’n hoofd met alpinopet in de beschutting van een flap van z’n jas en een paar lucifers later een tevreden stemmende rookpluim. En inderdaad, een kwartiertje later werd het ritueel weer herhaald, met dezelfde, ietsje kortere stinkstok!
Deed ook lang met zijn sigaartjes!