zeestraat

De tram rijdt voorbij aan de oude meubelmakerij/herstellerij van Bertram. Nog geen winkel toen, er werd niks verkocht. Er werden alleen meubelen gerepareerd. In het gedeelte aan de straat werden stoelen en fauteuils opnieuw bemat en bekleed door de oude – ‘Opa’ – Bertram, een even beminnelijke als ouderwetse vakman in een grijze stofjas. In het gedeelte daarachter werd het houtwerk onder handen genomen. Daar stond in het schemerdonker altijd een pot lijm op het vuur, een heerlijke, doordringende geur. Dáárachter woonde de familie Smit. Henk “De Baggus”: in mijn herinnering een reusachtige man, ruwe bolster, blanke pit, altijd in de weer met zijn wedstrijdduiven, waarmee hij regelmatig prijzen schoot.

In het voorste gedeelte, aan de voeten van ‘Opa’ lag altijd een witte hond, een soort labrador, maar dan met lange haren. Bobby heette het best en ik was dol op hem. Als ik bij het boodschappen doen een plakje worst van de slager had gekregen liep ik – terug naar huis – altijd even de werkplaats binnen. Het plakje worst was voor Bobby, die het genoegzaam naar binnen kauwde en mij daarbij dankbaar aankeek. Ook als ik zonder plakje worst voorbij kwam, keek Bobby altijd even op. Voor de zekerheid. Of omdat het zijn natuurlijke reactie was in combinatie met die worst.

Bobby had net zo goed Pavlov kunnen heten.

Naast Bertram achter de halfronde gele muur bevond zich de oude boerderij van Bank Plas. Op de foto is die boerderij al verdwenen en is een nieuw woonhuis in aanbouw. De ronde muur zou als laatste worden geslecht. Ik mocht met de vrachtwagen meerijden, die de laatste restjes puin naar de vuilstort bracht.

De foto gaat in zijn geheel nogmaals hieronder: op het bordje rechts boven de Rivella-reclame stond “Chaufferen met alcohol stelt U bloot aan den gevangenis of den dood.”  Achteraan, op de hoek met de Bronckhorststraat is nog het bloemenstalletje te zien van Paul Christiaansen.

trammmm