De tram rijdt voorbij aan de oude meubelmakerij/herstellerij van Bertram. Nog geen winkel toen, er werd niks verkocht. Er werden alleen meubelen gerepareerd. In het gedeelte aan de straat werden stoelen en fauteuils opnieuw bemat en bekleed door de oude – ‘Opa’ – Bertram, een even beminnelijke als ouderwetse vakman in een grijze stofjas. In het gedeelte daarachter werd het houtwerk onder handen genomen. Daar stond in het schemerdonker altijd een pot lijm op het vuur, een heerlijke, doordringende geur. Dáárachter woonde de familie Smit. Henk “De Baggus”: in mijn herinnering een reusachtige man, ruwe bolster, blanke pit, altijd in de weer met zijn wedstrijdduiven, waarmee hij regelmatig prijzen schoot.
In het voorste gedeelte, aan de voeten van ‘Opa’ lag altijd een witte hond, een soort labrador, maar dan met lange haren. Bobby heette het best en ik was dol op hem. Als ik bij het boodschappen doen een plakje worst van de slager had gekregen liep ik – terug naar huis – altijd even de werkplaats binnen. Het plakje worst was voor Bobby, die het genoegzaam naar binnen kauwde en mij daarbij dankbaar aankeek. Ook als ik zonder plakje worst voorbij kwam, keek Bobby altijd even op. Voor de zekerheid. Of omdat het zijn natuurlijke reactie was in combinatie met die worst.
Bobby had net zo goed Pavlov kunnen heten.
Naast Bertram achter de halfronde gele muur bevond zich de oude boerderij van Bank Plas. Op de foto is die boerderij al verdwenen en is een nieuw woonhuis in aanbouw. De ronde muur zou als laatste worden geslecht. Ik mocht met de vrachtwagen meerijden, die de laatste restjes puin naar de vuilstort bracht.
De foto gaat in zijn geheel nogmaals hieronder: op het bordje rechts boven de Rivella-reclame stond “Chaufferen met alcohol stelt U bloot aan den gevangenis of den dood.” Achteraan, op de hoek met de Bronckhorststraat is nog het bloemenstalletje te zien van Paul Christiaansen.



Volgens de overlevering hebben mijn grootouders Van den Berg rond 1935 in een huis achter de winkel van Bertram (Zeestraat no 24) gewoond. Heb jij enig idee welk huis dat moet zijn geweest Pjotr ?
Nummer 26 was het achterste gedeelte van het pand van Bertram, waar in mijn tijd Henk – de Baggus – Smit woonde. Kan niet anders dan dat huis zijn geweest. Op Google Earth is de oude situatie (nog steeds) zichtbaar, zij het een beetje wazig.
het gevaarte worstelde zich good be good een weg naar zee,….
meestal haalde hij het wel….
op een dag braken ze achter de blauwe zijn rug de rails en bovenleiding af…..
stinkende walmende engelse plattelands bus achter hem aan….
zie nu ook bussen gaan….
deze zijn moderner….
maar alleen in de spits bezet…..
denk dat als zoveel het o.v.behelpen is….
voor sommigen uitkomst…..
al die rails door stad en dorp….
soort spataderen…..
was wel weer nostalgie….
het had ook weer iets…..
zelfs als ze gaan trimmen iets verderop uit de wijk….
nemen ze zelfs de auto ….
parkeren bij het bos….
paard en wagen,bus en tram….
het was geen sinecure…
onder het moment nu…..
toen geen parkmeters en geen normandische stijl…..
veel was ontbloot van smuk…..
het is een uit gestippeld pandemonium….
is dit normandische stylllll,….
Thnx 🙂
De voormalige boerderij waar Bertam in zat was één van de oude boerderijen in Noordwijk-Binnen. De gevelankers (hoewel die hergebruikt kunnen zijn geweest) vielen qua materiaalgebruik en vormgeving rond het midden van de zeventiende eeuw te plaatsen.