Ik kom deze prachtige foto tegen van een VW Kever Karmann Cabrio die tegen het kluchie bij de Grent op rijdt. Niet al te zomers weer, zo te zien aan het in winterjassen gestoken volk, dus het dak bleef lekker dicht. Op de achtergrond Huis aan Zee en de houten keet van Hommersons Sportland. Over die laatste heb ik eerder een blogje geschreven.
Over die VW Cabriolet nog het volgende (ik citeer een speciale website hierover):
Al in 1935 werd de eerste cabriolet gebouwd in de serie van V-prototypen. Dit prototype cabrio (V2) en het prototype sedan (V1) hadden aluminium carosserieen over een houten frame. De volgende drie prototypen waren allemaal sedans (V3) en hadden een stalen opbouw. Daarna werd een serie van 30 prototypen gebouwd (VW30), die zwaar werden getest. Hieruit volgden diverse aanpassingen die in 1937 werden doorgevoerd in een serie van 44 wagens, de VW38. Deze nieuwe auto had twee kleine achterruitjes, de prototypen hadden helemaal geen achterruiten. In 1938 werden meerdere cabrioletten gebouwd met hetzelfde chassis en dezelfde mechanische onderdelen als de sedan VW38. Deze open versie was zeer geliefd bij hoge officieren in het Duitse leger. De Engelse majoor Ivan Hirst nam in 1945 de leiding bij het opzetten van de VW-fabriek, die volledig in puin lag. Hij vond dat het assortiment moest worden uitgebreid en gaf opdracht om een tweepersoons Kever cabriolet te bouwen. De wagen zag er goed uit, maar de constructie was niet stijf genoeg. Hierdoor brak steeds de voorruit. Hirst gaf deze auto aan zijn superieur, kolonel Charles Radclyffe. Deze kever is veel gebruikt en heeft de bijnaam Radclyffe Roadster gekregen. Waarschijnlijk is deze cabrio net als de cabrio van Hirst zelf in de fabriek gesloopt.
Er waren destijds twee bekende Duitse carosseriebedrijven die beide cabriolets voor Volkswagen wilden bouwen. Carosserie-bouwer Karmann bouwde in 1946 met succes twee prototypen. Er was helaas een tekort aan grondstoffen zoals het staalplaat en het linnen voor de kappen. Hierdoor duurde het nog ruim twee voordat er een Karmann-cabriolet op de markt kwam. Ook carosserie-bouwer Hebmuller kreeg toestemming een paar prototypen voor de VW-fabriek te bouwen. In 1949 kreeg Nordhoff de leiding over de fabriek. Inmiddels waren de grondstoffen beter verkrijgbaar en kregen zowel Karmann als Hebmuller toestemming voor productie van cabriolets. Bij Hebmuller brak al na een maand productie brand uit. Deze klap was voor het bedrijf te veel en moest in 1951 de deuren sluiten. Karmann nam de productie van Hebmuller over en bouwde nog eens 14 auto’s. De totale Hebmuller-Volkswagen productie kwam daarmee op 696 stuks. De Karmann productie groeide gestaag en uiteindelijk was deze cabriolet de laatste in Duitsland geproduceerd Kever.


ook noodwinkel v kan palaceplein….denk 1968,….
Die volkswagen is voor mij niet zo interessant, de auto die er achter rijd, de Fiat 1100 urania lichtblauw van kleur die ik destijds had , is dan veel leuker. Kenteken JA-73-18 vierdeurs.