boek3

In 1996 verscheen het jubileumboek van de Steenkolen Handels-Vereeniging (SHV). Het is een beroemd boek geworden, “hét icoon van modern grafisch design”, schreef Dagblad Trouw op 11 juni 2011. Ik citeer gemakshalve dat artikel in Trouw:

Bij de verschijning in 1996 was het jubileumboek van de Steenkolen Handels-Vereeniging (SHV) een sensatie. Alles aan dit boek is extreem: het is elf cm dik, heeft 2136 ongenummerde pagina’s, weegt 3,5 kilo en is gemaakt volgens de toendertijd nieuwste druktechnische hoogstandjes: laserdruk, complexe rasters, perforaties en een bijzondere snede met een gedicht. Het Rijksmuseum in Amsterdam heeft nu een exemplaar van dit jubileumboek, één van de duurste, dikste en meest bijzondere die ooit zijn uitgegeven, cadeau gekregen. Het boek, dat gezien wordt als hét icoon van modern Nederlands grafisch design, krijgt een plek in de bibliotheek van het museum.

Ontwerpster Irma Boom en kunsthistoricus Johan Pijnappel hadden van de toenmalige topman van SHV, Paul Fentener van Vlissingen (1941-2006) de opdracht gekregen bij het honderdjarig bestaan van het bedrijf iets volstrekt ongewoons te maken. Ze werkten ruim vijf jaar aan dit zogenaamde ‘SHV Think Book’. Het verscheen in twee edities: een Nederlandse in het wit, in een oplage van vierduizend, en een Chinese in het zwart (oplage vijfhonderd). Het was een droomopdracht voor Boom en Pijnappel. Ze kozen voor een kostbare papiersoort met een geheim recept die gegarandeerd vijf eeuwen houdbaar blijft. Bij speciaal licht worden op de snede van het boek een tulpenveld zichtbaar en een gedicht van Gerrit Achterberg. In de losse rug zit een stalen plaat die de jaartallen 1996 en 1896 op het boekblok zó weerspiegelt dat er 2096 komt te staan. Het boek telt acht leeslinten.

Exemplaren van het boek bevinden zich onder meer in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, het Graphic Design Museum in Breda en het Museum of Modern Art in New York.

Ik moet zo snel mogelijk naar de KB of naar het Meermanno om dat boek met eigen ogen te aanschouwen. Mooiere boeken dan dat zullen er nauwelijks zijn. Ik wordt geïntrigeerd – en daarom krijgt het boek ook een plaatsje in dit blog – door het tulpenveld op de snede van het boek, samengetrokken met een gedicht van Gerrit Achterberg. Zulke bijzondere tulpenvelden zijn er nooit geweest, zelfs in Noordwijk niet, dus daar ga ik achteraan. Het gedicht van Achterberg is “De Boléro Van Ravel” en ik citeer het hieronder, omdat het ook al zo prachtig is:

Boven dit eindeloos moeras:

helblauwe vogel, af en aan.

In de eeuwige woestijn:

o karavaan.

Over de zee een schip, alleen,

van horizon in horizon.

En in mijn leven het gedicht,

waarin gij danst met oogen dicht.