katten

Het ziet er natuurlijk allemaal schattig uit, maar afgezien van het realiteitsgehalte van deze afbeelding, houd ik gewoonweg niet van katten. Deze katten doen nog  de groeten uit Noordwijk aan Zee en daar konden ze zich relatief nog wel veilig voelen. Kwamen ze naar Noordwijk Binnen, dan moesten ze vrezen voor mijn grootvader, die een notoire hekel had aan katten. Vooral als die hun behoefte deden in zijn net ingezaaide bedje radijsjes of tussen de jonge aardbeiplanten. Opa ging volledig uit zijn dak als hij zo’n beest in zijn moestuintje betrapte en hij schroomde niet om complete bakstenen naar ze te gooien of sprenkels te zetten, waarmee je normaal gesproken mollen ving.

Opa heeft op die manier 3 buurtkatten naar de eeuwige jachtvelden geholpen, twee met welgemikte bakstenen en één met een sprenkel. Als de buren kwamen vragen of-tie hun kat wellicht gezien had, speelde hij op voortreffelijke wijze de vermoorde onschuld, maar dan lag poeslief al drie steken diep in de hoek bij de bramenstruik. Ik kan deze misdaden inmiddels wel namens hem bekennen, want a) ze zijn verjaard en b) opa is al  meer dan dertig jaar dood. Op de kattengraven is later veel beton gestort en zijn appartementen gebouwd. Radijs en aardbeien zullen er nooit meer groeien.