peerden

Het was een meer dan opvallende vondst: 1406 verdwenen gewaande schilderijen en tekeningen van grote kunstenaars bevonden zich in een appartement in München. De “nalatenschap” van de Duitse kunsthandelaar Hildebrand Gurlitt, die zijn verzameling verworven had kort voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Veel van die werken bevonden zich waarschijnlijk legaal in zijn bezit, maar van andere werken is inmiddels al komen vastte staan dat het om zuivere roofkunst ging. Werken die musea en (Joodse)  particulieren gedwongen moesten afstaand aan de Nazi’s en Gurlitt als aangewezen man om die werken te gelde te maken.

De verzameling werd aangetroffen in het appartement van Hildebrands zoon Cornelius. In die verzameling bevond zich ook dit schilderij van de (Joodse)  kunstenaar Max Liebermann, die in de Nazi-periode spoedig in diskrediet kwam te verkeren. Het werk “Twee ruiters op het strand naar links” werd geschilderd in Noordwijk, waar Liebermann veel inspiratie vond voor vooral veel strandgezichten als deze. Het werk was vóór de oorlog  eigendom van de Joodse zakenman David Friedmann, die in de oorlog omkwam in Auschwitz. Als Hildebrand Gurlitt in 1945 wordt gegrepen door de Amerikaanse troepen, heeft hij dit schilderij bij zich. Maar de Amerikanen laten hem verders ogemoeid. In 1954 wordt het schilderij door Gurlitt uitgeleend aan de Kunsthal in Bremen voor een grote overzichtstentoonstelling van het werk van Liebermann. In 1960 wordt het nog een keer uitgeleend voor een tentoonstelling in Wenen. Daarna bleef het bij de erven-Gurlitt, c.q. uiteindelijk bij Cornelius.

“Twee ruiters op het strand naar links” is dus eigenlijk nooit zoek geweest. Als iemand er achteraan had gezeten, was men al veel eerder bij Cornelius aanbeland. Maar goed.

Ik stel me voor dat alle 1406 kunstwerken enigszins gerangschikt tegen elkaar aan in diverse kamertjes van Cornelius’ appartement stonden opgeslagen. Want voor zoveel kunst waren er simpelweg te weinig muren om aan op te hangen. Het is aardig om te lezen in een interview met Cornelius zelf in “Der Spiegel” van deze week, dat uitgerekend dit schilderij wél aan de muur hing. Blijkbaar had hij voor dit ‘Noordwijkse’ werk een bijzondere voorkeur. Dat begrijp ik wel.