Het landgoed Offem in Noordwijk is jarenlang in het bezit geweest van de familie Van der Does, waarvan Janus Dousa, Heer van Noordwijk, bevelhebber tijdens Leidens Ontzet, Academicus en Poëet, wel de belangrijkste exponent was. Op enig moment – in 1782 om precies te zijn – ging het landgoed over in handen van de familie Van Limburg Stirum. Dat kwam omdat Leopold Graaf van Limburg Stirum (1758-1840) in dat jaar trouwde met Theodora Odilia Carolina Ludovica van der Does (1758-1793), Vrouwe van Noordwijk en Offem, enz. Leopold was de vader van Eerste Kamerlid Wigbold Albert Willem van Limburg Stirum (die het nog zou schoppen tot het burgemeesterschap van Noordwijk) en de overgrootvader van Mathilde van Limburg Stirum, de geliefde van kroonprins Willem. Deze Willem overleed echter nog voordat hij het koningschap had kunnen aanvaarden, maar ook overigens maakte Mathilde weinig kans op de rol van Koningin, omdat zowel de Oranjekant als de van Limburg Stirumkant een huwelijk in de weg stonden.
Leopold Graaf van Limburg Stirum hoefde echter zijn bekendheid niet te ontlenen aan zijn zoon of kleindochter. Na een stijlvolle militaire carrière raakte hij in de onduidelijke politieke periode rond 1812/1813 in Den Haag, waar hij werd benoemd tot gouverneur van de stad en waar hij al spoedig met Gijsbert-Karel van Hogendorp en ene Van der Duyn het Driemanschap vormde dat 200 jaar geleden aan de basis stond van het huidige staatsbestel met een gekroonde Koning aan het hoofd. Toen deze Willem de Zoveelste op 30 november 1813 te Scheveningen landde (waarom had Leopold hem niet kunnen bewegen op het strand van Noordwijk te landen?), was Hogendorp aan zijn stoel gekluisterd en snelde Van Limburg Stirum naar het strand om de prins te begroeten. Deze gebruikte bij hem de eerste maaltijd. Hij werd in zijn positie als gouverneur van Den Haag door de vorst bevestigd en werd in 1814 tot luitenant-generaal benoemd. Bij Koninklijk Besluit van 28 augustus 1814 werd hij tot ridder geslagen en lid van de Provinciale Staten. Hij verkreeg op 10 november 1828 de rang van generaal der infanterie. Hij was per 12 oktober 1833 tot aan zijn dood lid van de Eerste Kamer. Van Limburg Stirum bezat het Grootkruis in de Militaire Willems Orde (8 juli 1815) en in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Toen hij in juni 1840 overleed in Den Haag brachten ze hem terug naar Noordwijk waar hij kwam te rusten in een reusachtige tombe die de Algemene Begraafplaats domineert. In november a.s. zal er bij de viering van 200 Jaar Koninkrijk wel een bloemetje bij die tombe worden gelegd. Terecht! (met dank aan Wikipedia)

