mam

De toneelvereniging had een wat geconstrueerde naam: “HTIOS” oftewel “Het Toneel Is Ons Streven”. De club was opgericht op 17 januari 1911 en bestond aanvankelijk en geheel naar de tijdgeest uit 12 mannelijke leden. Onder hen mijn opa Piet Slats. De eerste voorstelling beloofde veel: “Een Avond Onder Vrolijke Jongens”(EAOVJ J ). Maar er kwamen ook andere stukken op de planken: stukken die de spanning door de zaal deden gieren. Stukken ook waar veel bloed vloeide (volgens opa was er door een misgreep van één der spelers ooit een hele plas bloed het hokje in gedreven, waarin kapper, annex fotograaf Jan Steen zat te souffleren). En smartlappen van de beste soort, zoals “Op Hoop van Zegen”, waaruit opa 60 jaar later nog lustig kon citeren.

De eerste dame die in dit gezelschap het toneel werd opgejaagd, was mijn moeder, Rie Slats. Ze was 6 jaar toen ze – in 1925 – met verve de rol speelde van een meisje in : “Selim, De Negerslaaf” van ene A.P. Geerke. Ik kan het verhaal niet navertellen en waar de rol van mijn moeder precies uit bestond, is mij ook niet duidelijk geworden. Maar er is een foto bewaard gebleven, zo oud als het toneelstuk zelf. Opa speelde ook mee, maar die kan ik uit de foto niet meer tevoorschijn toveren.