korenmolen

Korenmolen “De Eendracht” maalde zich jarenlang suf op de hoek van de tegenwoordige Wilhelminastraat en Molenstraat in Noordwijk-Binnen. Maar in 1922 ging hij klapwiekend ten onder, omdat er geen behoefte meer aan was. Albert Verwey, die vanuit zijn huis uitkeek op Noordwijk-Binnen, zag het met droefenis (maar ook met een vleugje humor) allemaal gebeuren en dichtte:

Niet langer in het landschap staat de molen,

Zijn ronde romp, zijn wiekenkruis.

Waar was zijn plaats? Mijn ogen dolen

En onvoldaan haal ik hen thuis.

Het volle loof is hoger opgewassen,

Van nieuwe daken spitst de vreemde lijn,

Ik zoek vergeefs waar de kolos zou passen,

Daarachter op zijn rond omhaagd terrein.

Van al de trekken die mijn dorpszicht bouwden

Sprak hij het sterkst, behalve alleen de kerk.

Nu, weggevaagd! en alle winden houden

In’t zeilloos ruim een wedloop zonder werk.