grtttt

Naar aanleding van deze afbeelding krijg ik – met dank – onderstaand gedicht van een lezer:

 

De vissersvrouw

Daar op de top van een duin staat zij in haar zwarte dracht

het witte kapje zo strak om haar kruin dat het haar hindert als zij lacht.

Doch het lachen is haar reeds lang vergaan reeds weken ziet men haar daar staan

met haar handen heel devoot gevouwen in haar schoot.

Een schoot gevuld met leven van het ongeboren kind maar dat is haar nu om het even

zij wacht op hem die zij bemint.

Zij staat daar maar te turen en bid dan alle uren

haar beden geeft zij mee aan de golven van de zee.

Hoe lang kan zij nog blijven hopen de andere loggers zijn allemaal binnen gelopen

de zee geeft haar het antwoord niet er komt geen eind aan haar verdriet.

De meeuwen zweven op de wind de golven slaan stuk op het strand

zij wacht op hem die zij bemint terwijl zij het leven voelt onder haar hand.

Zo staat zij daar hoog op een duin haar kapje strak om haar kruin

haar blik strak op de zee gericht met een betraand gezicht.

De meeuwen vliegen krijsend rond zij staat daar vastgenageld aan de grond

dan voelt zij onder haar handen het nieuwe leven branden.

Zij raapt zich dan bij een en gaat naar huis zo heel alleen het is nu eenmaal zo bepaald

de vis die wordt heel duur betaald.   

DdJ.