baljuw

Stephanus Jacobus van Langen (1758-1847) moet een kleurrijk figuur zijn geweest. Hij was van oorsprong een Leidse lakenfabrikant, maar kon de aantrekkingskracht van de politiek niet weerstaan. Zijn hoogtijdagen lagen in de tijden van de Bataafsche Republiek, toen Nederland meende een zelfstandige Republiek te zijn, maar in feite niet meer was dan een uitgebuite Franse vazalstaat. Totdat de Fransen het zat waren, mocht er volop in deze speeltuin worden gespeeld en Van Langen deed daar gulzig aan mee.

Hij werd in 1796 namens het district Noordwijk-Binnen, waar hij baljuw, zeg maar burgemeester was, gekozen tot lid van de Nationale Vergadering en sprak zich daar fel uit ten faveure van een unitaristische grondwet (in tegenstelling tot federalisten, die de boel liever een beetje versnipperd wilden houden). Mede onder leiding van Van Langen pleegden de Unitaristen begin 1798 zelfs een heuse staatsgreep en kwam Van Langen in een soort van Uitvoerende Raad terecht. Dat duurde niet lang. Hij werd beschuldigd van allerhande financiële malversaties (waarschijnlijk terecht), kwam in het gevang terecht, maar werd daaruit een paar maanden later weer vrijgelaten. Politiek hattie geen been meer om op te staan. Zijn Leidse lakenfabriek was helemaal naar de knoppen en hij was van de ene op de andere dag straatarm.

Onder Koning Lodewijk Napoleon kreeg-tie alsnog een fiks maandgeld toegewezen, een lucratief cadeau dat ook onder Koning Willem I werd voortgezet. En zelfs nog onder Koning Willem II, want zo oud werd Van Langen wel: 89 jaar.

De (Noordwijkse)  hoogleraar P.J. Blok verhaalde in één van zijn boeken op niet zo heel positieve wijze over de dadendrang van Van Langen. Maar bij vlagen is dat verhaal ook wel een beetje raillerend en hilarisch. Klik hier.