krant1

Het gebied rond de vulkaan Taranaki op het Noordelijke Eiland van Nieuw-Zeeland zal niet het meest herbergzame geweest zijn en misschien nog niet wezen. Maar toch verscheen er ooit een heuse regionale krant, de Hawera & Normanby Star. De krant maakte bijna een eeuw rond en werd gepubliceerd van 1880 tot 1977. Nu is het alleen nog maar een lokaal krantje, maar toch.

In die hele godvergeten uithoek van Nieuw-Zeeland verscheen op 11 mei 1912 een bericht over een gladiolenteler uit Noordwijk, C.P. Alkemade, die aan de reeks tulpen, hyacinten, narcissen en dahlia’s met de naam “Glorie van Noordwijk” een nieuwe “Glorie” had toegevoegd in de vorm van een unieke, nieuw geteelde gladiool. En wat voor gladiool. Elders op internet wordt gewag gemaakt van waanzinnige prijzen die voor de nieuwe soort warden betaald: 20.000 gulden voor 85 knollen en 275 kralen. Die prijs heeft mijn vader met zijn Johan Strauss-gladiolen nooit gehaald.

De “Amsterdamse correspondent” van de Hawera & Normanby Star was het allemaal niet ontgaan en maakte er onverwijld een bericht van dat in de krant van 11 mei 1912 werd geplaatst. Of C.P. Alkemade wist dat zijn naam de ronde deed aan het andere end van de wereld is niet bekend. Het zal ‘m ook worst geweest zijn: met al zijn geëxperimenteer met zaden en kralen en knollen hattie toch maar mooi een heel fortuin bij elkaar gekweekt. Gek genoeg valt er op heel internet vrijwel geen plaatje te vinden van deze legendarische gladiool. Hoe je ook googelt op “Noordwijks Glorie” of “Glory of Noordwijk” je krijgt iedere keer weer een dahlia met dezelfde naam te voorschijn. Alléén maar die dahlia. Een soort van virtueel onkruid dat alle naamgenoten in de tulpen-, narcissen-  en gladiolensfeer volledig heeft weggewoekerd. Maar dankzij de Hawera & Normanby Star weten we tenminste dat het ding heeft bestaan.

Over de Hawera & Normanby Star lezen we op de site van de Nationale Bibliotheek van Nieuw-Zeeland nog de volgende mooie dingen:

The Hawera & Normanby Star was founded in 1880 by Patrick Galvin, Joseph Innes and J.C. Yorke. Southern Taranaki was being opened up at this time and they saw an opportunity to establish a paper there. All three had worked together on the New Zealand Times in Wellington and their partnership was forged there.

The first issue appeared on 10 April 1880 and the paper was published twice a week. In 1881 Galvin retired due to ill health and his place was taken by Joseph Armit. However Galvin continued to be involved with newspapers for the rest of his life, founding the short-lived Hawera Morning Post in 1894 and contributing to the New Zealand Times.

The Star saw off a challenge early on from Joseph Ivess, publisher of the nearby Patea Mail. Ivess had been publishing the Patea Mail since 1875 and had ambitions to establish a chain of papers in Taranaki. He tried to persuade Galvin not to set up in Hawera. When Galvin persisted, he opened an office in Hawera, from which he briefly published the Hawera Times. However the residents of Hawera preferred the Star and Ivess abandoned his new paper after two issues.

The Star progressed steadily in its first two decades. In 1882 a new press was installed and the paper began daily publication. In 1885 it started the Egmont Star, a weekly compendium of items from the parent paper for distribution to the backblocks of Taranaki. The Egmont Star ceased in 1914. In 1895 the Hawera Star survived a fire that destroyed the paper’s premises and plant.

In 1889 Yorke became sole proprietor; in 1893 he sold the Star to the paper’s editor, William Alfred Parkinson. Parkinson ran the paper until his death in 1920. Ownership changed several more times through the 20th century. The paper ceased daily publication in 1977 and became a community paper the following year. It is still published in that form today.