Mr. P. Otten, geboren in Den Haag in 1885, was bij leven secretaris van de curatoren van de Universiteit te Amsterdam en daarnaast ook dichter. Dat wil zeggen: van hem is één bundeltje bekend, “Schaduwen” uit 1926. Ik zou het hier niet aanhalen, ware het niet dat Otten daarin ook een gedicht opnam, getiteld ‘Noordwijk aan Zee’. Een wat mysterieus gedicht over de zee die geen einder meer kent en over een man wiens gedachten toch over de horizon vliegen. Beetje heimweejerig en zwaarmoedig.
Noordwijk aan Zee
De zee heeft geenen einder meer;
Zij lijkt onwerkelijk, een droom
Van grijze en zilv’ren tinten teer
Boven de witte brandingzoom.
Daar zwerft geen vogel aan de lucht;
Geen zeil, dat in den nevel hangt –
Geen vorm beweegt – en geen gerucht,
Dat mijn geloken aandacht vangt.
Maar immer deunt een klaagzang, die
Bij wijlen zwelt, bij wijlen kwijnt:
De eentoon’ge golvenlitanie,
Die geen begin heeft, en geen eind.
En met den melodieuzen val
Dier vage bidstem van de zee
Klinkt uit der ziel verholen hal
Een eender-deinend zingen mee.
Ik weet de verre tijden niet
Van mijn doorlachen, prilste Lent,
Waar ‘k niet dit stil, eenzelvig lied
In wakk’re nachten heb gekend.
Hoe dat het éénig wezen kan,
De vreemde mijm’ring van het kind,
En ’t droomen van den rijpen man,
Die buiten ’t leven zich bezint?
Zoo sta ‘k nog met denzelfden schroom
Voor ’t oude wonder van weleer….
’t Is àl een grijze en zilv’ren droom….
De zee heeft geenen einder meer.


Ik weet niet waar ik deze kon plaatsen – maar dit is een het Palace Hotel na de brand.

Beter kon ik het niet krijgen:
vroeger dachten ze werkelijk dat de wereld stopte bij de kim of horizon,,,dat je eraf viel…ook begreep men niet dat de kim steeds opschoof als je er was,..later had men een sextant om zonnetje te schieten..positie bepaling,..