Binnenkort opent de gerestaureerde parochiekerk St. Jeroen weer haar deuren voor de Beminde Gelovigen. Benieuwd naar wat er allemaal mee is gebeurd, een tipje van de sluier is al opgelicht.
Ik weet niet hoeveel HH Missen ik hier als misdienaar heb ‘gediend’: reguliere missen door de week heen (iedere dag om 7 uur, half 8 en half 9), rouwtjes en trouwtjes en soms een heuse trilogie van missen op Allerzielen (of Allerheiligen, daar ben ik niet meer zeker van). Van het oude hoofdaltaar kende ik ieder stofje, ieder tegelpatroon, iedere barst, de bel, de ampullen en het wierookvat. De Dekens Brinkman en Van den Bosch, de Kapelaans Van Sambeek, Van Breukelen en Hillen.
Die geschiedenis valt allemaal niet meer te restaureren, het kerkgebouw zelf wel. Toch zal er straks vanachter de steigers een ander gebouw te voorschijn komen dan hetwelk hier op het plaatje staat. Eigenlijk ging het hier – vóór 1924 – om twee verschillende kerken die toevallig aan elkaar vastgeplakt waren. Het achterschip dateerde van het einde van de jaren tachtig van de 19e eeuw en vormde de helft van de kerk zoals die er nu staat. Het andere gedeelte was de oude Waterstaatskerk, die – met zijn protestants aandoende architectuur – rond 1924 vervangen werd door het restant aan jubelende katholieke neo-gotiek.
Op 2 september is het – geloof ik – zover, dan gaat de kerk weer open. “Introibo ad altare Dei.”

