Op de foto linksvoor een roedel Duitsers in een kuil (‘ein Loch’). Want het waren vooral Duitsers die er een handje van hadden: kuilen graven op het strand, van het opgeworpen zand een walletje maken en daar dan met schelpen de plaats van herkomst in borduren: Dortmund, Düsseldorf, Bochum. Een ‘Loch’ noemden ze dat, het was zo ongeveer het eerste Duitse woord dat ik leerde. Soms kwam er ook nog een Duits vlaggetje aan te pas, daar draaide men de hand niet voor om. En ’s anderdaags gingen ze weer vol goede moed terug naar de eigen kuil.
Die was dan verdwenen, omdat een overijverige badman de boel een beetje geëgaliseerd had, of – nog erger – er waren Kapers op de kust geland, die bezit hadden genomen van hún Loch. Die Welt was opeens veel te klein. Op hoge poten werden de Kapers gesommeerd op te krassen en de kuil aan weer aan hen over te dragen.
Sommigen waren wel geintimideerd, anderen niet. Wij bevonden ons ooit met een kluitje kinderen al om half tien ’s morgens op het strand in zo’n kuil, kregen een bevelende Duitser tegenover ons, maar weigerden op te zouten. We kregen daarbij assistentie van de badman en de strandpolitie. Nukkend begonnen de Duitsers een nieuwe kuil te graven en toen ze daarmee klaar waren, stapten wij op en maakten ‘ onze’ kuil weer dicht. Ik weet nog dat de badman dat niet netjes vond van ons, maar ik vermoed dattie nog een tijd lang stiekem heel hard in zijn vuistje heeft zitten lachen.
Nota bene: men moet niet in de war raken van het feit dat op de hierboven afgebeelde kuil de nationale driekleur wappert. De mensen die van deze vierkante meters bezit hebben genomen, zijn geen Duitsers, maar Kapers.


ongeloofelijk toch,hoe dat strandleven verandert is,..