Een pickup kwam er bij ons lange tijd niet in, maar daar was ik ook niet rouwig om. Via vriendjes van school en Radio Veronica was er genoeg muziek te beluisteren. ’s Zomers op het strand en in de bollenschuren hoorde je de hele Top40 net zo lang tot je ‘m – at the end of the day – helemaal van achteren naar voren na kon fluiten.
Toen de pickup er uiteindelijk kwam, stelde mijn moeder als voorwaarde dat alle singles en lp’s, die we ons aanschaften ook bij haar als muziek in de oren moesten klinken (met de Stones en zelfs de Beatles had ze niet zo veel). De eerste plaat die ik kocht, vond mijn moeder heel mooi. Het was “Liesbeth List zingt Theodorakis”, een album waar ik zelf ook nogal van onder de indruk was. Ik kocht ‘m voor – ik geloof – negen-gulden-negentig bij ‘Radio Caspers’ aan de Van Limburg Stirumstraat.
Caspers heette eigenlijk ‘Herman’ van zijn voornaam, maar ik dacht tot op hoge leeftijd dattie ‘Radio’ heette. Herman Caspers fungeerde ook als een moderne dorpsomroeper – een soort opvolger van Dorus Mol. Hij reed dan met luidsprekers bovenop zijn Opel Olympia Caravan door het dorp, ondertussen van alles in de microfoon roepend. Af en toe viel het stil. Dan moest Herman twee trekken nemen van de bolknak die hij altijd in zijn mond had. Bijzondere man.


Herinner me het lied van dit album dat, ik meen, ‘De cipier’ heet. Er worden gevoelens van een gevangene in bezongen; op het eind van het lied blijkt deze gevangene de cipier zelf te zijn.
Waarschijnlijk ‘De Vluchteling’, zie http://www.musicfrom.nl/songteksten/list,_liesbeth/de_vluchteling.html
Dat is ‘m Pjotr.
Ja ik vond Rederij ook al zo’n malle voornaam.
Maar van der Hulst wastoch niks bijzonders mede.
🙂