De tent stond op de smalle reep tussen boulevard en strand. Op een mooie zomeravond moet de blaasmuziek adembenemend mooi geklonken hebben. Te zitten op de stoelen in het zand, met uitzicht op de zonsondergang boven de zee, een glas wijn of bier voor je op de tafel, een flanerend publiek langszij. Je zou denken dat er niets mooiers op de wereld kon zijn dan hier te zitten, zorgeloos en in alle vrolijkheid en weemoed tegelijk. Ongeveer zoals in het gedicht van Vasalis:

Een onverbloemde
voor elk verstaanbare muziek,
die aan het ademloos publiek
ieder gevoel met name noemde