Op het omcirkelde gedeelte staan nu supermarkt Digros en nieuwe appartementen. En de tram rijdt ook niet meer. Vroeger waren deze loods en dat veldje onderdeel van het aannemingsbedrijf van C.G.J. later L.G.J. Alkemade. Ik kende het op mijn duimpje. In de loods kon je eindeloos spelen en ronddarren. Wij gingen er vandoor met de spijkerkisten van het personeel en legden de draadnagels op de tramrails, die vervolgens werden geplet door de eerst passerende Budapester op weg naar Leiden en Den Haag. Er werd ook volop gevoetbald en we groeven er onderaardse hutten, waartoe een geheel arsenaal aan nieuwe balken, planken en latten uit de loods werd ontvreemd. Van diezelfde balken, planken en latten maakten we boten, die we met teer bewerkten (wijzelf ontsnapten niet aan dikke lagen over ons goeie goed). We plukten appels uit de aanpalende boomgaard.
Iedereen vond alles goed. Het was een pracht van een speeltuin.

