Kleijs Hendrik Kroon (1904-1983) was een kleurrijk predikant die zich al gauw bekeerde tot de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband, een afsplitsing van de gereformeerde kerken, ingezet door de predikant Johannes Geelkerken  in de jaren dertig. Kroon maakte in de jaren dertig van de vorige eeuw ook de Noordwijkse dreven onveilig. Hoe onveilig? Lees wat Peter Bak over hem schrijft op protestant.nl:

Kroon was een verbale geweldenaar. Zijn preken waren ware krachtoefeningen. Woorden die als rotsblokken over de hoofden van de toehoorders heen kletterden, met veel gesnuif en gewring. ‘Wie Kroon heeft meegemaakt, ziet het,’ schreef pater Van Kilsdonk eens. ‘Hij begint te ademen, te zuchten, te hakkelen alsof er een oude eend wordt gestart.’ Om vervolgens niet meer te stoppen, want Kroons preken duurden eindeloos. In Noordwijk bracht hij zijn gemeente eens in grote verwarring door midden in zijn preek op te houden en na een minutenlang stilzwijgen uit te roepen: ‘Gemeente, ik zeg het niet goed!’ Waarna hij weer over nieuw begon.

Er is ook nog een andere ‘Noordwijkse’ anekdote over Kroon, een ontroerende, uit 1940. Kroon had zich al in een vroeg stadium gekeerd tegen het antisemitisme in Nederland én in Duitsland. Dat deed hij met een heftigheid en met een politiek en maatschappelijk engagement dat diep in zijn zielenleven doordrong. Bak:

Pinksterzondag 12 mei, derde oorlogsdag, was hij niet bij machte in de dienst voor te gaan. Kroon lag ontredderd in bed – omdat hij wist wat komen ging, vooral voor de joodse landgenoten.

Kort daarna zei Kroon de Hersteld-Verbandgemeente Leiden-Noordwijk vaarwel en ging hij over naar de hervormde kerk. Hij werd hulppredikant in Amsterdam en kwam in Noordwijk niet meer terug. Ik had hem als predikant graag eens beluisterd. Dat had dan – in Noordwijk – gemoeten in een zaaltje aan de Quarles van Uffordstraat waar de Gereformeerden in Hersteld Verband bijeenkwamen. Tot 1946, want daarna was het over.