Wat moet er ergens aan het einde van de Jaren Twintig van de vorige eeuw mooier geweest zijn – in weerwil van economische crisis en ander ongemak – dan op een totaal verlaten strand van Noordwijk te zitten, in je eentje.

Mijmerend over alledaagse dingen, af en toe een frisse windvlaag langs je heen, de geur van het water en straks een kop koffie bij het Oranjehotel achter je.

Het gedicht van Albert Verwey in je kop:

De velden, bossen, dorp en stad
Zijn achter mij: de zee
Is voor me en lokt en troost mij wat
Van wat mij ’t land misdeê.
Zij ruist, zij lokt ; zij trekt, zij deint,
Zij murmelt: mee, kom mee,
En als uw voet op ’t land u pijnt
Wees dan een golf in zee.
 
Albert Verwey: Het Blank Heelal (1908)