De gaspenning was tot ongeveer 1960 hét betaalmiddel waarmee men zijn gasrekening aan het Gemeentelijk Energiebedrijf kon voldoen. Niet via acceptgirokaarten, electronisch bankieren of Ideal, maar gewoon met een muntje dat je in de meterkast in een daartoe bestemde automaat gooide. Die automaat werd met enige regelmaat geleegd door de meteropnemer, munten kon je op verschillende plekken kopen.

In de wikipedia wordt nog opgemerkt dat de munten niet erg tegen vervalsingen waren bestand, maar dat dat niet erg was: als de meteropnemer een valse munt of knoop in de automaat aantrof, wist hij dondersgoed wie daarvoor verantwoordelijk was.

Zoals die ene collectant uit de St.Jeroensparochie die aan het geluid van de schaal kon horen of er een munt of een knoop werd ingeworpen. In dat laatste geval tilde hij de schaal iets hoger onder de neus van de betreffende kerkganger, die er beter aan deed deze frauduleuze offerande nooit weer te herhalen. Bomansiaans verhaal, maar toch: ik heb de betreffende collectant zeer goed gekend.