
Mijn grootvader vertelde vaak het verhaal van de wedstrijd SJC-Wilhelmus, die ergens rond 1915 werd gespeeld. Grootvader speelde – in zijn eigen bewoordingen – de pannen van het dak als linkbuiten van het eerste. De defensie van de Voorburgers werd volledig dolgedraaid alleen al door het pluriforme arsenaal van schijnbewegingen, dat grootvader in huis had. Met name de laatste man van Wilhelmus, ene Beijk, werd compleet zoek gespeeld. Deze Beijk, een lokale slager uit de vetrand van Den Haag, riep al bijna om genade toen hij bedacht dat er ook een andere manier van voetballen was. Hij schopte mijn grootvader, die een iel mannetje moet zijn geweest, vierkant de lucht in (terwijl er geen bal in de buurt was).
Dat had hij niet moeten doen. Grootvader beschikte niet alleen over een aantal trouwe vrienden, ze zaten ook nog eens bij hem in hetzelfde elftal: Wijnand van der Weijden, Willem Rietmeijer, Thijs Groenewoud en nog een paar van dat soort cowboys. Terwijl grootvader lag te creperen op het gras aan de Lageweg, waren zijn vrinden al op strafexpeditie getogen. Slager Beijk werd door de Noordwijkse goegemeente bij de lurven gegrepen, drie keer bewusteloos geslagen, door de gehaktmolen gehaald, een been gebroken en een arm uit de kom gedraaid en vervolgens opgehangen aan de deklat met een strop die gemaakt was uit de handdoek van zijn eigen verzorger. De stoffelijke resten werden vervolgens in de aanpalende Maandagse Wetering geworpen.
Grootvader werd daarna pas opgelapt, haalde diep adem en begon aan zijn vermaarde, niet te stoppen rushes. Hij scoorde nog drie keer en gaf vijf assists. SJC won met 8-0. Opa’s laatste goal was zo mooi, dat de scheidsrechter onmiddellijk affloot in de veronderstelling dat er na zoveel moois wel niks meer te beleven viel. Grootvader werd – nog steeds naar eigen zeggen – als eerbetoon door de tegenstander op de schouders gehesen en zo in triomf drie keer door het dorp gevoerd. Volgens grootvader was er nadien nooit meer zo’n groot sportief succes in Noordwijk gevierd als door hem in die wedstrijd. Hij dacht ook dat dat succes wel niet overtroffen zou worden.
Ik weet niet oftie daaraan gelijk had. Maar dattie de held was, ook al was het maar voor even, dat heb ik hem nooit durven betwisten. Mijn oudste zoon speelde bijna honderd jaar later met Quick C1 tegen Wilhelmus C1. Ik verbeeldde me dat er bij Wilhelmus een achterkleinzoon rondliep van de in onze familiekring inmiddels tot legendarische proporties uitgegroeide Beijk. Deze Beijk junior kwam op enig moment – volstrekt per ongeluk – in botsing met mijn zoon en moest terstond worden vervangen. Langs de lijn dwaalde mijn blik heel even af naar de blauwe hemelen van waaruit ik een vette knipoog van mijn grootvader ontving. Mijn zoon maakte in die wedstrijd eveneens drie doelpunten. Zelf heb ik nooit enige deuk in een pakje boter kunnen schieten.
(met dank aan Godfried Bomans)

vgl mij,heb ik je geinspireerd,mooi verhaal trouwens,styl maarten t hart of biesheuvel,in ieder geval vgl kuststrook tradities,mooi.
Bomans!
bomans,zat in ieder geval in thomas te pimpellen,piesie zeggen zeeers.ben je nog bij die tram geweest,waar is die remise in den haag.
Parallelweg, stukkie voorbij Hollands Spoor, kruising Ter Borchstraat. Alleen op zondagmiddag open. Wat Bomans en Cafe Thomas betreft: zie https://hetnoordwijkblog.wordpress.com/2009/01/20/de-restjes-125-godfried/
mercy,er verschijnen steeds meer oude filmpies over de blauwe tram,mooi was de kruising lammenschans met de trein,bijna altyd net mis,thriller.zal t op yuo t zetten,…
Ja dat was een geweldige plek op Lammenschans., Heb er nog een paar jaar in de buurt gewoond, ofschoon die kruising toen al vervangen was door een viaduct.
je staat versteld,dat t daar altyd goed ging,die trein was er dwars doorheen geramd,als de lichten niet hadden gewerkt,vond je de brokstukken in de sitterlaan,daar woonde een liefje van me,never see here again.
ook opmerkelijk zijn die kermis beelden,schuttersveld 1951,yt,ze hadden al raketjes,veel showwerk toen,…..
“Hij speelde de pannen van het dak” – die houden we er in.