Hij wás Noordwijk-Binnen: hij werd er geboren, trouwde er en ging er uiteindelijk na 93 jaar ook dood. Hij is er twee keer weggeweest: rond 1906 toen hij 16 maanden in militaire dienst in Den Helder zat en tussen 1914 en 1918 toen hij vier jaar gemobiliseerd was op Ooltgensplaat.

Hij werkte bijna zijn hele werkzame leven – tot zijn zeventigste! – bij De Graaff Bros en S.A. van Konijnenburg aan de Schiestraat, hij speelde toneel bij HTIOS, voetbalde bij SJC, gymnastiekte bij DOS en richtte een heuse algemene vakbond op – het Bondje – waarvoor hij nog officieel werd geexcommuniceerd door de roomsch-katholieke pastoor die in hem en zijn trawanten verderfelijke socialisten zag (hij stemde altijd op de RK Staatspartij en later op de KVP en hield pas op met stemmen toen de KVP in het CDA opging).

Hij teelde nog wat bloemen en groenten op het kerkeland aan de Hogeweg (‘Apeland’ noemde hij het), gaf links en rechts adviezen inzake allerhande bloembollenziekten, wierp een hengeltje uit bij de Noordwijkerhoek en maakte tenslotte al zijn wandelinkjes nog naar de rand van Noordwijk aan Zee: via Lijnbaanweg naar de Oude Zeeweg, langs de Algemene Begraafplaats en via het Dompad weer naar huis.

Hij is al meer dan 31 jaar dood, maar als hij was blijven leven, was-tie gisteren 125 jaar geworden.