“Een juvenaat is een instelling die vaak aan mannenkloosters was verbonden en die de eerste fase vormt in de opleiding tot kloosterling. De leerlingen waren in de regel intern. Feitelijk staat een juvenaat gelijk aan een kleinseminarie, doch de parochiepriesters worden gewoonlijk in een bisschoppelijk kleinseminarie opgeleid. Het juvenaat was een kleinseminarie van een kloosterorde of congregatie. Door de secularisering zijn de meeste juvenaten geëvolueerd tot reguliere gymnasia of humaniora’s. De naam juvenaat hangt etymologisch samen met juveniel, jeugdvorm.”
Tot zover de definitie van een ‘ juvenaat’ op wikimedia. Het zal allemaal wel kloppen, maar voor het Juvenaat in Noordwijk-Binnen golden volgens mij andere normen en in ieder geval een andere betekenis. Daar is geen priester opgeleid (eerder ‘afgeleid’). Het Juvenaat fungeerde als bijgebouwtje van de roomsch-katholieke kerk en gold feitelijk als een onderdak voor alle soorten van roomsch-katholieke verenigingen en activiteiten.
Ik weet wel dat we er vanuit de roomsch-katholieke school gebruik van konden maken als er een toneelstukje moest worden opgevoerd of een feestje gevierd. Er werden muzieklessen gegeven. Eens in de zoveel tijd werd hier een ziekentriduüm gehouden, een driedaagse vol van gebed en gezang voor roomsch-katholieke mensen die langdurig ziek waren. Mijn vader had er zijn bijeenkomsten – vroeger – met de roomsch-katholieke Jozef-gezellen. De roomsch-katholieke harmonie ‘Excelsior’ blies hier de spanten van het dak en op vrijdagavond kon je hier je totoformulier inleverden (alleen leden van SJC, de roomsch-katholieke voetbalvereniging). Het rook er in mijn herinnering altijd vreselijk muf.
Het gebouw had eerder gediend als clubhuis van de Noordwijkse Tennisvereeniging en het was als zodanig vereeuwigd door Max Liebermann. Daarna was het integraal overgebracht naar deze plek, in de veilige beschutting van de kerk. Maar op het moment dat de foto genomen werd, was het verval al verder toegeslagen, er zat bijkant geen spatje verf meer op.
Het werd afgebroken en vervangen door een seculierdere voorziening op een andere plek: “De Kuip”, een verenigingshuis dat inmiddels ook al weer verleden tijd is.
Nota Bene: Ik heb het allemaal wel eens eerder verteld allemaal, maar de foto (klik erop) was te mooi om zomaar zwijgend voorbij te laten gaan.



Excelsior was en is nog steeds een fanfarekorps
In de oorlog was daar de “mess”voor de Duitse soldaten. Wij woonden in de buurt e hadden een grote hond: Peter. We hadden zelf bijna niets te eten. Tegen etenstijd zei mijn moeder tegen Peter: “Hup, ga jij maar naar de moffen.” Hij werd daar met gejuich begroet en met zijn buikje vol kwam hij tevreden thuis.😋