De ijscoman van de Groko stond de hele dag naast de visboer Caspers uit Noordwijk Binnen. In mijn verbeelding smaakte het ijs aan het eind van de dag alleen nog maar naar zoute haring en hadden de zure bommem hun wezensvreemde vanillesmaak al te pakken.
Er stond op deze paar vierkante meter traditiegetrouw een ‘brievenbus’ van het Rode Kruis. Je kon er oude boeken en tijdschriften in gooien, die dan door zieken en nooddruftigen opnieuw gelezen konden worden.
Er kwam altijd veel langs op dit punt.


Het was toen een levende plek. Overigens zowel Groko als Caspers stonden er alleen bij mooi weer. Als dat het niet was vloog het zand je rond de oren. In die bocht hoopte het stuifzand zich ook altijd op.