De bolramer – dat was de begrijpelijke bijnaam – was een zeer populaire streekbus. Indertijd, lang voordat onzalige gedachten over de vrije markt het openbaar vervoer aan stukken reten, waren er tal van busmaatschappijen die onderdeel uitmaakten van het NS-concern. Die bussen gingen op enig moment allemaal over op deze prachtige voorloper van de standaard-streekbus. De ‘4100’ zoals de bus kwa type werd aangeduid was een co-productie tussen het Engelse Leyland en het Nederlandse Werkspoor.
Ik heb er vaak in gezeten. In zo’n bus van de NZH (want die was ook onderdeel van de NS). Op het traject Noordwijk-Leiden (nadat de Blauwe Tram was opgeheven), maar vooral ook op het traject Noordwijk-Haarlem. Als we onze tante aldaar bezochten, stapten we op in de IJmuidenstraat en uit bij het Station van Haarlem (of soms de Tempelierstraat). Ik zat graag rechts voorin. De chauffeur die heerlijk over het plat liggende stuur gebogen zat. De versnellingspook met een grote zwarte knop die geruisloos schakelde in een ijzeren standaard.
Ze waren meestal gespoten in de grijs-witte kleuren zoals dit exemplaar van het Haags Bus Museum. Maar er waren bussen die in Pruisisch blauw gespoten waren. Soms troffen we het en kwamen we in zo’n bus terecht. Ik wist niet waarom ze blauw waren. Maar ik lees in de wikipedia dat er zestien van deze ‘ Pruissich-blauwe’ bussen rondreden, uitsluitend op het traject Amsterdam-Den Haag via de A44. Dat klopt volgens mij niet. Of in ieder geval: ze reden ook rond op de lijnen 90 en 92 van Den Haag naar Haarlem via Katwijk en Noordwijk en daarna via Vogelenzang (90) of De Glip (92).
Een tijdje geleden heb ik met het hierbij afgebeelde exemplaar een kort ritje gemaakt door Den Haag. Niet van Noordwijk naar Haarlem, zoals toen. Hoe graag zou ik dat nog eens overdoen.


Wat een prachtige schakeringen grijs in deze prachtplaat! En dat rode accent: een heus schilderijtje