Zijn moeder was een dochter van Dominicus van Konijnenburg en Bertha de Graaf en zijn vader – Willem Benschop – verkreeg op die manier een directiezetel in de “Verenigde Cultures De Graaff Bros en S.A,. van Konijnenburg N.V.” een meer dan vooraanstaande bloembollenfirma in Noordwijk. De familie Benschop bewoonde een statig huis aan de Nieuwe Zeeweg, waar later een huisarts (Goudriaan) woonde, maar alle statigheid ten spijt ging het huis uiteindelijk toch de vernieling in (zoals zoveel Noordwijkse statigheid in de geestgronden werd ondergedolven).

Hij had 3 zusjes, van wie er één heel vroeg overleed (2 jaar oud) en één heel laat (97 jaar oud). Laatstbedoelde, Wilhelmina, trouwde met George Aten, die op deze manier – net zoals zijn schoonvader – eveneens de directieburelen van de Verenigde Cultures kwam binnenzeilen (mijn grootvader die bij ‘S.A.’ werkte had overigens groot respect voor zowel Benschop als Aten).

Pieter Martinus Benschop werd geboren in Noordwijk op 21 maart 1901. Hij ging niet het bollenbedrijf in van zijn familie, maar volgde een opleiding tot werktuigbouwkundig ingenieur. Hij trouwde in 1927 met Wietske Colenbrander en het echtpaar ging vervolgens naar Indië, waar hij in dienst was van de Hollandsche Beton Maatschappij NV. Blijkens een geboorte-annonce van hun (eerste?) dochter woonde het echtpaar in Semarang, Midden-Java. De Sumatra Post van 29 maart 1934 meldt dat de familie P.M. Benschop (inmiddels met 2 kinderen) op 28 maart vertrokken was uit Batavia met het m.s Kota Pinang en op 2 april werd verwacht in Belawan Deli op Sumatra. Dat ze vandaar op weg zou gaan naar Genua en Rotterdam, blijkbaar voor een verlof in het oude Holland.

Terug in Indië kwam de oorlog en Pieter Benschop moest als sergeant in dienst bij het KNIL. Het noodlot sloeg toe. Hij werd al vrij snel door de Japanners opgepakt in Bandoeng en opgesloten in een krijgsgevangenkamp in de buurt. Daar werd hij op enig moment blijkbaar ziek, want op 24 april 1943 wordt hij overgebracht naar het krijgsgevangenkamp Fukuoka in Japan. Nog diezelfde dag wordt hij opgenomen in de dependance Itouzu van het Kokura Militair Hospitaal, waar hij de volgende dag, in de namiddag om 15:40 uur overlijdt aan ‘bacterial dysentery’.

Zijn stoffelijke resten worden gecremeerd, de as wordt bewaard in Fukuoka en uiteindelijk op 17 september 1945 overgedragen aan de Nederlandse kapitein Cornelis Leendert de Jong. Waar de as van Pieter Martinus Benschop uiteindelijk is bijgezet of misschien verstrooid weet ik niet.

Het staat allemaal in Japanse lettertekens met ambtelijke precisie vermeld op de interneringskaart. De kaart zelf is aanvankelijk nog ingevuld door Pieter Benschop zelf. Dattie in Noordwijk-Binnen geboren was, dat zijn vader Willem Benschop was en zijn moeder Bertha van Konijnenburg. Dattie getrouwd was met Wietske Colenbrander. Waar zijn naam aanvankelijk gespeld werd als ‘P.M. van Benschop’ heeft-ie er zelf zijn namen voluit aan toegevoegd, het ‘van’ weggestreept en vóór zijn voornamen nog de titel ‘ir’ ingewurmd.

Zo’n kaart die je zelf moet invullen en die uiteindelijk door een ander wordt afgemaakt met de vermelding van je ziekte en je dood (“Other Informations“). In Fukuoka nabij Mizumaki-cho, Onga County, Japan. Ver weg van dat huis aan de Nieuwe Zeeweg in Noordwijk, waar je door je ouders met veel verdriet wordt overleefd (met dank aan Li-st)