Op de Belgische site http://www.godsnaam.be vinden we de volgende biografische gegevens terug over Samuel Johannes van den Bergh:
Hij werd geboren op 10 januari 1814 te Den Haag. Hij was de zoon van een apotheker, de apothekerszaak was reeds honderd jaren overgegaan van vader op zoon. Op zevenjarige leeftijd verloor Samuel Johannes zijn vader. Zijn moeder, die beschreven wordt als een verstandige, eenvoudige vrouw plaatste hem daarop in een kostschool. Vanaf de leeftijd van 15 jaar vond men dat het tijd werd dat hij zich zou voorbereiden op zijn beroep, het overnemen van de familiezaak die ondertussen beheerd werd door een provisor. Om zich zoveel mogelijk te bekwamen voor het vak werd hij onder de hoede geplaatst van apotheker Kruyt. Op de leeftijd van 18 jaar verkreeg hij zijn diploma als apotheker (drogist) wat hem uitzonderlijk werd gegeven, immers, de normale minimumleeftijd was 20 jaar. Klaarblijkelijk had zijn opleiding bij apotheker Kruyt ook nog voor iets anders gezorgd. Hij huwde met diens dochter, Maria Johanna Kruyt, op 19 mei 1840. Uit hun huwelijk kwamen 7 kinderen voort, zes meisjes en één zoon.
En dan denk je bij een blog als dit: wat heeft dit in godsnaam.be met Noordwijk te maken. Dit lezen we dan terug op de onuitputtelijke site van Hans Montanus:
Samuel Johannes van den BERGH, drogist en letterkundige, geboren te ‘s-Gravenhage op 10-01-1814, overleden te ‘s-Gravenhage op 24-12-1868 op 54-jarige leeftijd, zoon van Johannes van der BERGH en Johanna NN. Gehuwd op 26-jarige leeftijd te Noordwijk op 30-05-1840 met Maria Johanna KRUIJT, 28 jaar oud, dienstbode, geboren te Noordwijk op 13-04-1812, overleden te Amsterdam op 01-11-1893 op 81-jarige leeftijd, dochter van Maarten Bastiaansz KRUIJT, reder-scheepstimmerman, bode, en Catharina SCHONEVELD van der CLOET.
Samuel was dus met een Noordwijkse getrouwd, maar die Noordwijkse was niet de dochter van een apotheker: Schoonvader Maarten Kruyt was vóór alles scheepsbouwer en reder. Zijn werf – de Zuidwerf – bevond zich op de plek waar nu de Maarten Kruytstraat is, maar zelf woonde hij aan de Hoofdstraat (in een huis dat overigens pas veel later écht een drogisterij werd). En passant was hij ook nog een tijdje ‘President van de Plaatselijke Provisonele Regeering der Beide Noordwijken’, maar de functies van apotheker of drogist vinden we op zijn conduitestaat niet terug.
Samuel Johannes van den Bergh ging er dus wel vandoor met een Noordwijkse meid, maar waar hij het vak van apotheker intussen had geleerd blijft een raadsel. Intussen was hij ook nog auteur van gedichten waarin zo ongeveer om de 2 versregels of Koning Willem de Zoveelste, of Jehova Himself voorkwam. In zijn bundel ‘Heden en Verleden’ heet het:
Geen glans van zon en maan, hoe schoon die schijn’
Zal hen voortaan op ’t levenspad verlichten:
De Algoede zal hun licht voor eeuwig zijn!
Die dichtregels golden uiteindelijk vanaf 24 december 1868 – Kerstavond – ook voor Samuel Johannes zelve, toen hij plotseling overleed in Den Haag, 54 jaar oud.

