Op 9 juni 1972 speelde Coen Moulijn zijn afscheidswedstrijd voor Feijenoord tegen Uruguay en ik was erbij in een waanzinnig verregende Kuip. Van jongsafaan altijd Feijenoorder geweest. Mijn vader was voor Volendam en de enige eredivisiewedstrijden die ik dan ook zag waren – tragisch genoeg – de wedstrijden tussen Feijenoord en Volendam. ‘Tragisch’ omdat in die wedstrijden Coen Moulijn tegenover Klaas – De Blubber – Karregat stond, het soort van anti-verdediger die te langzaam en de stom was om in welke schijnbeweging dan ook te trappen. Karregat was de enige Nederlandse verdediger waar Moulijn nooit is langsgekomen.
Intussen was Moulijn (samen met doelman Eddy PG) voor mij toen al legendarisch en het befaamde seizoen 1969-1970 moest nog komen, met landskampioenschap, Europacup en Wereldbeker. Ik heb hem nog eens bewonderd op een bijveldje in het Zuiderpark, waar Feijenoord aan het intrappen was voor de wedstrijd tegen ADO. Nooit dichterbij geweest. Volledig bedwelmd door ’s mans uitstraling en bewegingen.
Coen is onlangs overleden en inmiddels de hemelen ingepingeld tot aan de achterlijn bij de linker cornervlag. Zoals we hem kenden.
Maar dat hij ook een fervent en blijkbaar kundig midgetgolfer was is in de necrologieën onvermeld gebleven. Ten onrechte en daarom haal ik het nog maar even naar voren: in juli 1965 verbleef Coen als badgast in Noordwijk en in die hoedanigheid reeg hij de hele midgetgolfende massa aan het spit: hij won de ‘Seinpost-Beker’ met de 18 holes, afgejakkerd in de magistrale serie van slechts 41 slagen.

