Het is 2 mei 1940 (!) en kroonprinses Juliana en haar nog fris verworven eega Bernard brengen een bezoek aan de bloemenfeesten in Noordwijk. De hele wereld staat al bijna in de fik, ook in Noordwijk wordt druk gemobiliseerd, maar hier arriveert een telg uit een totaal verarmd en verlopen Duitsch-adelijk geslacht en begint volop met zijn nieuwe speelgoedjes te knoeien, een filmcamera en een – zoals ik dat eerder noemde – té ostentatieve auto.

Die auto: wat is dat er voor eentje?

VERVOLG: de antwoorden op de vraag kwamen snel en waren adequaat. Het ging om een ALfa Romeo 8c 2900. Dank Klaas en Li-st. Er is nog een kleine geschiedenis verteld over de auto door Annejet van Zijl in haar prachtige bio over de jonge prins Bernard. Twee weken na de geboorte van zijn dochter Beatrix ging Bernard alweer de boemel op. Hij zou 2 maanden wegblijven, feesten in Cannes en in Londen, achter de vrouwen aan en in de weer met oude vrienden in Italië. Het is wat mij betreft een godswonder dat dit calvinistische land deze ongegeneerde en – in the end – zo mallotige losbol zolang heeft gepruimd.

Annejet weet van de Alfa Romeo 8c 2900. Ik citeer: In werkelijkheid haalde Bernard in Italië een heel ander troetelkind op, namelijk een Alfa Romeo 8c 2900. De auto, die een jaar eerder voor het eerst in Londen te zien was geweest, kostte maar liefst 25000 gulden en was volgens de Nederlandse gezant in Rome betaald door Juliana. De laatste werd dan ook trouw op de hoogte gehouden van Bernards avonturen met het nieuwe speelgoed op het Italiaanse wegennet: ‘Kurven, Kurven, Kurven!’