Wie – zoals ik – alle Anton Wachterromans van Simon Vestdijk gelezen heeft, komt er – zoals ik – niet meer van los. Onder die lezers zijn er waarschijnlijk veel die zich beperkt hebben tot “Terug tot Ina Damman” of in het nog betere geval tot “Kind tusschen Vier Vrouwen”, oerbron van de eerste drie AW-romans. De meeste figuren uit de romans, de onvergetelijke Jelle Mol voorop, zijn ook “in het echie” wel uitgetekend (vooral door Nol Gregoor in “Simon Vestdijk en Lahringen”). De latere delen uit de AW-Romans (“De Laatste Kans” als hoogtepunt)  hebben al weer veel minder mensen gelezen en tegenwoordig leest helemaal niemand Simon Vestdijk meer. Volstrekt ten onrechte.

Ik heb al eens eerder over Vestdijk geschreven, meer in het bijzonder over zijn latere ‘partner’ Ans van Zijp, dochter van een Noordwijkse huisschilder. Maar er was nog een andere link met Noordwijk. Als hij in 1927 slaagt voor zijn artsexamen, verkast hij van Amsterdam naar Den haag en gaat daar weer bij zijn ouders wonen aan de Daal en Bergschelaan. Van daaruit zal hij zich tot 1935 naast schrijven bezig houden met het waarnemen van artsenpraktijken op tal van verschillende plekken. Zelf schreef hij daarover in “De Dokter en het Lichte Meisje” het volgende: ‘Na mijn artsexamen was ik praktijk gaan waarnemen. Niet, zoals gebruikelijk, om het vak te leren, maar om te blijven waarnemen, tot ik oud en zat geworden zou zijn.’ Zie de Vestdijk-Tijdlijn op internet.

Het staat vast dat hij ook in Noordwijk een praktijk heeft waargenomen, maar ik kan nergens ook maar één spoor vinden dat mij leidt naar die betreffende praktijk en naar de periode waarin dat allemaal geschiedde. Who knows?