De werktram verlaat hier het laatste stukje Noordwijk en gaat over de Jan Zwanenbrug weer richting Leiden. Een échte werktram is het niet eens: het is het stadstrammetje dat een lamlendige dienst onderhield van het einde van de Hogewoerd in Leiden naar Oegstgeest en weer terug. Dag in, dag uit.
Een uitstapje naar Noordwijk was een verademing voor het ding, ook al moest-ie dan zo’n arremoeiige kar achter zich aantrekken met twee kerels op het dak die de bovenleiding afstoften. Maar goed: hij was er weer even uit. Morgen begon die weer in Oegstgeest en ging die richting de Hogewoerd in Leiden.


In oktober 1944 werd de Jan Zwanenbrug, de trambrug over de Maandagsche Wetering halverwege Rijnsburg en Noordwijk, opgeblazen. Na de hervatting van de tramdienst in augustus 1945 reed de meestal zeer drukke tram uit Leiden tot dit punt, waarna de reizigers via een noodbrug de wetering moesten oversteken. Aan de overkant stond één bus gereed, maar aangezien deze niet alle reizigers kon meenemen, vonden er rond de Jan Zwanenbrug regelmatig duw- en trekpartijen plaats, waarbij diverse gewonden zijn gevallen. Vanaf mei 1946 reden de trams weer door naar Noordwijk. (Wikipedia)