
De Fairey Firefly was van oorsprong een Britse jager die vooral werd ingezet tegen vijandelijke marinevaartuigen. Althans, zo was dat bedoeld tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar erg succesvol was dit toestel niet (het was relatief zwaar en had maar één motor, wat de inzet van deze machine ernstig beperkte). Na de oorlog was het dan ook gauw gedaan met alle dynamische ambities en werd het toestel doorgaans ingezet voor het opsporen en bestrijden van onderzeeboten. Alleen in Nieuw Guinea in 1962 werden er door de Nederlandse marine nog wel grondaanvallen mee uitgevoerd (de Amerikanen deden dat al eerder met dit toestel in Korea).
In de zomer van 1950 kwamen twee van deze toestellen, afkomstig van het marinevliegkamp Valkenburg met elkaar in botsing boven de Noordzee, ter hoogte van Scheveningen. Eén toestel (de K-80) werd snel geborgen tussen Scheveningen en Kijkduin, de ander (de K-84) enkele dagen later, nabij Noordwijk. De beide vliegers kwamen om. Hier wordt de K-84 aan land getakeld.
Alles bij elkaar vlogen er zo’n 90 Fairey Fireflies bij de Koninklijke Marine in verschillende typen. Dik éénderde daarvan (35%!) kreeg een ongeval, werd uit de lucht geschoten, donderde van het dek van de Karel Doorman of dook in zee. Alleen al bij Noordwijk waren tussen 1947 en 1950 3 toestellen in zee terecht gekomen en één op het strand.
In weerwil van zijn wat dromerige naam, was deze "feeërieke vuurvlieg" een rampentoestel van de bovenste plank.
Terug 24: Fairy Firefly
