
Op 15 februari 2008, meer dan drie jaar geleden wijdde ik al een blogje aan de dichteres Elisabeth Post, die korte tijd in Noordwijk woonde. De inleiding bij dat stukje luidde:
“Het sentimentalisme was een literaire stroming in de preromantiek (18e eeuw). "Zij behelsde een sterke overdrijving van romantische gevoelens, die zich uitte in een enigszins ziekelijk aandoende overgevoeligheid en het zoeken naar zaken die medelijden en tranen konden opwekken." Naargeestiger dan deze omschrijving uit de Wikepedia kan ik het ook niet maken. De belangrijkste schrijfster in dit hypergevoelige genre is misschien wel Elisabeth Maria Post. Ze was 1755 te Utrecht geboren en in 1812 in Epe gestorven. Daartussen in had ze ook nog – even kort als ongelukkig – in Noordwijk geleefd, waarover straks meer.”
Een voorbeeld van Elisabeths zwaarmoedige gerijmel is onderstaande gedicht over Noordwijk. Geen verhaal waar je echt vrolijk van wordt en in ieder geval geen aanbeveling om in dit ‘woeste en doodsche oord’ te gaan wonen. Elisabeth had het er dan ook maar moeilijk mee. Heur enige troost was de aanblik van de toren van de Grote Sint Jeroen, die ‘logge, breede klomp’, die ze vanaf een duintop kon ontwaren. De godsvrucht die haar bij die aanblik vervulde was de enige brandstof waarop ze een beetje voort kon leven.
Een uitgebreider bericht dan dit is van de hand van de Noordwijksche Geschiedschrijver J. Kloos, in het Leidsch Jaarboekje van 1911.
Terug 22: Elisabeth Post Again
