Otto Rebholz was Duitser van geboorte, maar al in 1932 genaturaliseerd tot Nederlander. Hij was bankier en firmant van het joodse effectenkantoor Leeser in Amsterdam. Dat kantoor kon hij na de inval van de Duitsers gemakkelijk overnemen en herdopen in ‘Rebholz’ Effectenkantoor’.
 
Rebholz behoorde tot het zootje ongeregeld dat de bezittingen van inmiddels naar Duitsland afgevoerde Joodse burgers verhandelde, met name in zijn geval joods effectenbezit. Hij deed dat samen met die andere falderappesbank Lippmann, Rosenthal & Co. Otto Rebholz was, kortom, een economisch collaborateur Eerste Klasse en om die reden werd hij na de oorlog strafrechtelijk vervolgd. Hij zat 3 jaar vast in Delft, maar pas in 1955 (!) werd hij ook daadwerkelijk veroordeeld tot 5 jaar met aftrek van die 3 jaren. Dat gebeurde bij verstek, want Rebholz had inmiddels de kuierlatten naar Liechtenstein genomen en toonde zich niet bereid naar Nederland terug te keren.
 
Hij woonde in Noordwijk, aan de Zuidboulevard. Hij kreeg in oktober 1940 nog een mooie Ausweis, waarvoor hij 50 cent leges moest betalen.  Op de foto een wat bars uitziende man, die volgens velen een beetje als het zwarte schaap werd gebrandmerkt, terwijl andere beruchte bankiers buiten schot bleven. Maar dat laat allemaal onverlet dat Otto Rebholz toch zo fout was als de Pieten. Schuldig.