Dit weekeinde bestaat NRC-Handelsblad 40 jaar. Een fusiekrant, samengesteld uit het Amsterdamse Algemeen Handelsblad en de Nieuwe Rotterdamsche Courant. De eerste edities verschenen aanvankelijk in Amsterdam als “Handelsblad/NRC” en in Rotterdam als “NRC/Handelsblad”, maar dat ging gauw over. Er is veel gezegd en gesproken en vooral ook geschreven over de fusie, de cultuurverschillen die moesten worden overbrugd, de oude rivaliteit die moest opgelost. Ik verwijs naar een mooi verhaal op internet, waarin een interview met de long-time hoofdredacteur André Spoor. Die verhaalt van een bijeenkomst tussen beide redacties in een kelderruimte in een Noordwijks hotel (ik geloof dat het ‘De Baak’ was). Daar stelden ze een rapport op met allerlei richtlijnen voor de nieuwe fusiekrant en met eisen aan de nieuw te vormen directie ervan. Een citaat uit dat verhaal:

Op 28 maart 1970 kwamen we bijeen in een Noordwijks hotel, in een conferentiezaaltje half onder de grond. Daar zaten we, zonder enig uitzicht op de werkelijkheid, aan een lange tafel. Aan de ene kant Stempels, Heldring, Wim Guise en hoofdredactiesecretaris Han Moojen van de NRC, aan de andere kant Hofland, Woltz en ik. De stemming liep bij de aanwezigen nogal uiteen. Stempels zei: ‘Ik ben zo vergroeid met de NRC, ik doe niet mee aan de nieuwe krant.’ Maar hij stelde zich bij de fusiebesprekingen heel wijs en loyaal op. Heldring stond wel positief tegenover de zaak. Henk Hofland was daar in Noordwijk nogal gedeprimeerd. Hij zat een tekening te maken, een zeegezicht met twee schepen die al half gezonken waren, de NRC en het Algemeen Handelsblad. Tussen die twee schepen gloorde de dageraad en daarbij had hij geschreven: de nieuwe krant. Maar op de voorgrond staken drenkelingen met een laatste krachtsinspanning hun hand boven water, smekend om hulp. Hij was somber over het hele gedoe, terwijl ik juist dacht: nu gaan we eindelijk voor elkaar krijgen wat allang had moeten gebeuren.