Lang voordat de IJslandse vulkaan Eyjafjallajokull het vliegverkeer in West Europa teisterde, was er een andere IJslandse vulkaan, de Laki (zie foto), die er ook niet om loog. Thorvaldur Thordarson and Stephen Self analyseerden in een doorwrocht wetenschappelijk artikel wat er in 1783 / 1784 met die vulkaan én met de wijde omgeving daarvan gebeurde.
 
De Laki stuurde 122 megaton rotzooi de ruimte in, kolommen as en ellende varieerden van 9 tot 15 km hoogte en delen drongen ver door in de stratosfeer. Daar ging het goedje weer verbindingen aan met andere goedjes, hetgeen resulteerde in een zwavelachtig gordijn dat in de noordelijke hemisfeer 5 maanden lang voor de zon hing. De zomer van 1783 was extreem heet en de daaropvolgende winter extreem koud, zo koud dat de aardbodem gedurende drie jaar een enorme afkoeling kende. Duizenden mensen stierven tot in Praag aan toe t.g.v. ingeademde zwaveldioxyde.
 
De heren Thordarson en Self weten met overtuiging aan te tonen dat het hele thermische evenwicht in de regio – ook in Nederland – enorm van slag was en ze geven er even treffende als angstaanjagende voorbeelden van. Eén van de voorbeelden: “In Amsterdam, the severity was such that people could drive wagons on ice across the Markersee.” Dat vind ik persoonlijk nog geen erg treffend of angstaanjagend voorbeeld, want auto’s op het Markermeer kan ik me ook nog wel uit recentere Journaals herinneren.
 
Maar het tweede voorbeeld is écht angstaanjagend: “The ice along the North Sea coast of Holland was so extensive that two persons skated from the village Nordwyk to Schweningen, a distance of 25 km.”
 
Van Noordwijk naar Scheveningen.
 
Op de schááts.