verkerk
 
De gedenkwaardige winter van 62/63 is genoegzaam en in alle toonaarden vaak beschreven. Variërend van ijsschotsen op zee tot een bijna doodgevroren Reinier Paping in de Elfsteden van dat jaar. Maar achter al dat nieuws speelde zich nog een ander soort nieuws af: de geboorte van twee wereldsterren, Ard Schenk en Kees Verkerk(tweede foto van rechtsboven). Die geschiedenis, hun eerste wedstrijd tegen elkaar op 17 februari 1963 in Graft is prachtig beschreven op een andere site. Gerben Karstens (foto rechtsboven), die later zo’n waanzinnig prikkelende wielrenner zou worden, speelde er ook een rol in en zelfs de legendarische Tiemen Groen (mijn ultieme idool, foto rechts onder), die kort daarna – in 1964 – wereldkampioen achtervolging zou worden in het wielrennen. Een legende avant la lettre.
 
Maar het ging om Kees Verkerk. Los van alles wat hij later nog zou presteren (pas in 1964 bij de Spelen in Innsbruck trad hij voor het eerst op de voorgrond met een zilveren medaille op de 500 meter), 1963 was het jaar waarin hij ‘de’ sprong maakte.
 
De Puttershoeker schroomde in dat jaar zelfs niet om allerhande wedstrijdjes te schaatsen op ondergelopen weilanden, met te korte bochten en banen die soms niet langer waren dan 339 meter. Hij was net terug van een stage in Noorwegen, waar hij met de kernploeg mee mocht, zij het niet als kernploeglid (die eer was voorbehouden aan Henk van der Grift, Chris Meeuwisse en de grootste stilist aller tijden Rudie Liebrechts (derde foto van rechtsboven).
 
Amper terug uit Noorwegen trad Kees Verkerk samen met Gerben Karstens aan op een koude ijsbaan in Noordwijk-Binnen, de Kogo (waar dat voor stond wist niemand). We schrijven 8 februari 1963 en het koppel Karstens-Verkerk reed de hele concurrentie naar huis. Die concurrentie bestond vooral uit het koppel Wim Vermeulen en Leen Pfrommer dat tweede werd. Pfrommer zou later nog als trainer/coach optreden van het koningskoppel Verkerk/Schenk (en- als majoortje bij de landmacht – mij later nog ongenadig op mijn sodemieter geven toen ik in militaire dienst door hem betrapt werd op het dragen over het uniform heen van een door mijn zus gebreide shawl. Ik zei nog tegen hem dat ik wel door het ijs kon zakken, maar daar wertie alleen maar bozer van (mensen uit de ‘bijbelbelt’ hebben nu eenmaal geen enkel gevoel voor humor)).  
 
Noordwijkers Martien van den Berg, Frans van Bohemen – de broer van? – Jos de Haas en Wally van Schooten (Hup UVS!) werden waarschijnlijk helemaal ingepakt door Karstens en Verkerk, maar daar zullen ze niet rouwig over zijn: ze konden later zeggen dat ze in ieder geval tegen die gasten gereden hadden! 
 
Ik herinner me vaag dat ik in die jaren met mijn vader een avondwedstrijd op de Kogo  heb bezocht. Ik stond met mijn plastic sandalen te versterven op het ijs en mijn vader niet, want die had klompen aan. Ik herinner me heel scherp dat er een wedstrijd was met Chris Meeuwisse en Gerben Karstens en Rudie Liebrechts, maar daarover kan ik in de annalen niks terugvinden. Misschien heb ik het mij ingebeeld en verwar ik e.e.a. met de wedstrijd die ik hierboven beschreef.
 
Hoe dan ook: 9 dagen nadat Kees Verkerk samen met Gerben Karstens ‘Noordwijk’won trad hij in Graft voor het eerst aan tegen ene Ard Schenk.
 
Hij verloor.