
De NV. Vereenigde Blikfabrieken, kortweg de ‘Verblifa’, kwam tot stand op 23 september 1912 uit een fusie tussen de firma Verwer met fabrieken in Krommenie en Utrecht, en de firma Woud en Schaap met fabrieken in Krommenie, Weesp en Amsterdam. In 1930 werd ook de Dordrechtse Metaalwarenfabriek v.h. wed. J.Bekkers en Zoon te Dordrecht opgenomen in de vennootschap. De oprichtingsdatum van de ‘Verblifa’ staat op 1 mei 1888 (verbonden aan de oprichting van de blikfabriek van Woud).
De ‘Verblifa‘ was een succesvolle onderneming en dat wilde ze weten ook. Het hoofdkantoor werd gevestigd in een sjiek pand aan het Damrak in Amsterdam (‘voor minder doen we het niet’).

Van daaruit werd op 13 augustus 1921 een brief gestuurd aan de firma De Groot aan de Douzastraat in Noordwijk. Wat de NV Vereenigde Blikfabrieken in Amsterdam hadden met de firma De Groot in Noordwijk is mij niet bekend. De brief zal wel aangekomen zijn in Noordwijk, maar bijna 90 jaar later duikt-ie opnieuw op: op ebay, waar je hem kunt kopen voor een bod hoger dan de startsom van 99 eurocenten.

@Pjotr: En dan heb je ook nog de concurrerende T&D Verblifa: http://www.vpp-tdv.nl/page9.php
@ Glaswerk: Dank, Glaswerk, je hebt mijn ‘blik’ verwijd!
je hebt een conserven fabriek de groot gehad.
In villa Hoogwaek aan de zeereep (waar nu Piet Bloemink woont, groot geworden met legiolease), woonde vroeger de familie Drijver, gerelateerd aan de T&D Verblifa. Ik weet alleen de directe relatie niet (directeur, nazaat, eigenaar??)
Je kleine zussie heeft 35 jaar geleden een prachtige oude zwarte piano(met kandelaars) gekocht van het heel oude echtpaar Drijver in Villa Hoogwaek(Deze hr. Drijver was vroeger directeur/eigenaar van een conservenfabriek) .
Jacobus de Groot (Kleine Koossie) had een groente drogerij etc. in de Douzastraat. Vanouds ook kruidendrogerij waarschijnlijk. Als Koossie met een maat een dagje uitging naar Amsterdam, ging hij eerst naar de markt waar veel scheepsladingen textiel werden verkocht, die op de een of andere manier nat geworden waren aan boord, of over boord’. De joden die hier veelvuldig kochten, hadden een kijkje op Kleine Koossie, want die kocht in de tijd dat er weinig groente te drogen was, veel natte textiel en droogde dat in zijn groente drogerij en verkocht het dan weer. Ze kwamen dan naar hem toe en zeiden, Koos, als je weggaat krijg je honderd gulden. Koos pakte die dan dankbaar aan en ging met zijn maat een dagje de stad in.
Mijn vader werkte vroeger bij de groot, op de bollen manden stond met grote letters kdg.lz.
Er was voor de oorlog ook een groenten drogerij. Die werd na 1948 niet meer gebruikt, maar in 1966 nog volledig in tact. Kompleet met stoom machine , snij machines aandrijfassen ,aandrijf riemen en een werkbank met daarop onderdelen en een staart bankschroef. Prachtig om te zien. Helaas ergens rond 1968 gesloopt.
het was een compleet museum. Het loonzakje van mijn vader was een verpakking voor de gedroogde groenten,
waarschijnlijk was het gefabriceerd van uien schillen, als je er in keek kreeg je tranen in je ogen.
In die jaren was alles gemaakt van uien schillen
Mooi verhaal, Leo de Ridder. Inderdaad zonde dat de drogerij ontmanteld is en verdwenen. En er zijn ongetwijfeld nog veel mensen die tranen in hun ogen krijgen, als ze een blik in hun loonzakje werpen, ook al is dat zakje niet meer gemaakt van een uienschil.