Bij de één zat je achter een lopende band, bij de ander kreeg je de bollen voor je neus gestort. Soms kwamen die bollen uit de klei – en waren ze bijna niet te pellen, gegoten in het beton als ze waren – maar meestal kwamen ze uit de zachtere geestgronden om Noordwijk heen.

Bij de één kreeg je een gulden voor een mand, bij de ander één gulden en vijfentwintig cent. Aan de lopende band kon je op uurloon zitten.

Meestal zat je tussen allemaal jongeren, soms zaten er ook oudere huisvrouwen die andere belangstellingen koesterden. Meestal stond Radio Veronica keihard aan (als ‘de oudere huisvrouwen’ tenminste niet kloegen) en vrijwel altijd had je een hoop plezier.

 
Bij C.P. Alkemade (hier op de foto) werden tussen tulpenbollen en tulpenvuil wormen verzameld die vroeg of laat hun even hilarische als krioelende weg vonden in de blouse van het mooiste meisje aan de peltafel.
 
De hele dag warm en stoffig in de schuren, maar na zessen naar het strand en een allesverkwikkende duik in zee.

Bollenpellen was niet zomaar een tijdverdrijf in Noordwijk of zomaar een manier om geld te verdienen
 
Bollenpellen was een cultuur.