
Op 13 oktober 1942 werd de Verordening 114/1942 betreffende de ordening van den arbeid afgekondigd. De Verordening zou op 1 november 1942 in werking treden. In deze Verordening werden alle bevoegdheden tot regeling en ordening van de arbeid opgedragen aan een Gemachtigde voor den Arbeid. De functie van Gemachtigde voor den Arbeid werd aanvankelijk waargenomen door de Waarnemend Secretaris-Generaal van het departement van Sociale Zaken, maar C.J. van Rijst trad op 1 maart 1943 aan als dé Gemachtigde.
De voornaamste taken van de Gemachtigde bestonden uit ‘de ordening van de arbeid’ en ‘het handhaven van de bedrijfsvrede’. Dit omvatte alle maatregelen die moesten worden genomen om ongewenste spanningen in de bedrijven te voorkomen: het voeren van een doelmatige loonpolitiek, het vormen van een nieuw arbeidsrecht en het handhaven van een loonstop. Ter uitvoering van zijn taken kon hij beschikkingen uitvaardigen. Niks geen gepolder in Stichtingen van de Arbeid, SER of wat dan ook. De Gemachtigde kon unilateraal loonvoorwaarden vaststellen en arbeidstijden bepalen. Protesteren, laat staan staken was niet aan de orde dan op straffe van de vreselijkste dingen. Niet zeuren, maar poetsen, 55 uur per week.
Op 31 december 1943 bestond de totale personeelssterkte van het Bureau van de Gemachtigde uit 225 personen, merendeels rapporteurs, hoofdrapporteurs en inspecteurs,kortom een wespennest van ‘stasi-achtigen’. Na de oorlog was men er als de kippen bij om het wespennest om te keren en uit te roken en de functie van Gemachtigde voor den Arbeid op te heffen. Wat er van C.J. van Rijst overschoot is mij niet bekend.
Beeld afkomstig van de Oorlogssite van het Regionaal Archief Leiden
Gevonden Voorwerpen 77: De Gemachtigde
