Achter het omcirkelde raam links zou later de kapperswinkel gevestigd zijn van Joop van Houten. In mijn herinnering een aller-beminnelijkste man, die altijd wat vrolijk guitig uit zijn ogen keek. En hij keek heel veel uit zijn ogen. Van Houten had de barbierstoel zo gesitueerd dat hij tegelijk een klant kon knippen én iedere voorbijganger op straat gedag kon zeggen, vervaarlijk zwaaiend door de ruimte met schaar of mes.
Er waren er wel die meenden dat hij een klant kon knippen of scheren zonder ook maar één blik op het slachtoffer te werpen. Dan waren er opeens een hoop voorbijgangers en had hij het daar te druk mee. Er waren er wel die meenden dat dat allemaal ook wel terug te zien was aan de gecoiffeerde koppen. Maar die koppen gaven daar helemaal niks om. Die keken niet in de spiegel. En Joop ook niet.

Later, veel later, liep ik daar elke doordeweekse dag naar school. Achterom, het laantje over. Daarna liep ik hier aan de rechterkant. Verderop het zebrapad oversteken, en dan had ik nog kunnen zwaaien naar Pjotr, (maar ja, die had natuurlijk geen oog voor kleine meisjes zoals ik.) Dan nog een stukkie rechtdoor, langs de winkel van Kapel. En daar stonden ze, de Maria- en de Finse.
wij van zee, lieten ons daar knippen voor 35 cent totdat kapper Zuidhoek in de Schoolstraat een zaak begon. (vanwege een brand was hij uitgeweken van Binnen naar Zee) en hij vroeg 40 centen voor een knipbeurt. Dat met drie jongens is toch 3 stuivers duurder maar wij (de jongens) hebben toch het pleit gewonnen.