Achter het omcirkelde raam links zou  later de kapperswinkel gevestigd zijn van Joop van Houten. In mijn herinnering een aller-beminnelijkste man, die altijd wat vrolijk guitig uit zijn ogen keek. En hij keek heel veel uit zijn ogen. Van Houten had de barbierstoel zo gesitueerd dat hij tegelijk een klant kon knippen én iedere voorbijganger op straat gedag kon zeggen, vervaarlijk zwaaiend door de ruimte met schaar of mes.

 

Er waren er wel die meenden dat hij een klant kon knippen of scheren zonder ook maar één blik op het slachtoffer te werpen. Dan waren er opeens een hoop voorbijgangers en had hij het daar te druk mee. Er waren er wel die meenden dat dat allemaal ook wel terug te zien was aan de gecoiffeerde koppen. Maar die koppen gaven daar helemaal niks om. Die keken niet in de spiegel. En Joop ook niet.