Als het om boten gaat ben ik – ofschoon aan zee geboren – een absolute leek. Als je mij zou vragen wat een ‘boeier’ was zou ik een antwoord verzinnen, maar niet bij een boot uitkomen. Toch is een boeier een boot: vanaf de 18e eeuw was het een binnenvaartschip dat voor veel doeleinden werd gebruikt. Maar al in de 19e eeuw was het een geliefd vaartuig voor de welgestelden.
Op internet worden enkele kenmerken opgesomd van het schip: “Tekenend voor een boeier is de korte lengte/breedte verhouding van ongeveer 3 op 1 en het sterk naar binnen gebogen boeisel. Ondanks haar ronde vormen heeft zij een slank onderwaterschip en staat bekend als een geduchte zeiler.”
De Dolfijn (links), later De Hekse (rechts) was zo’n boeier. Volgens ingewijden de op één na oudste platbodem van Nederland. gebouwd in 1872 in Kampen. Naar verluidt was het een beurtschipper die de Dolfijn schonk aan zijn beide zonen, die er korte vrachttrips mee uitvoerden. Het schip heette toen nog “De Twee Gebroeders”.
Maar ergens aan het begin van de 20e eeuw kwam het schip in het bezit van Jonkheer Willem Constantijn Van Panhuys, burgemeester van Noordwijk. Die deed het ding in 1917 over aan de familie De Zwart in Leeuwarden, die het schip ‘De Dolfijn’ noemden. Na nog enkele transacties heette het schip uiteindelijk ‘De Hekse’ en onder die naam vaart het nog steeds. Aardig detail was dat bij één van die transacties het schip werd geruild voor een Renault 4. Maar toen was Van Panhuys allang dood. Die stierf plotseling, in het harnas, in Noordwijk in april 1929.
NW 384: De Dolfijn of De Hekse


Het Seyl en Fock elck op een zij Met Stijve koelt maeckt goede tij.