
De hele bliksemse geschiedenis van het Nederlandse vrouwenschaatsen staat mooi beschreven op de site van Andere Tijden. Recent werd in dat kader ook een prachtige uitzending gewijd aan de eerste grote successen van Carry Geijssen, Ans Schut en Stien Kaiser. Waar de KNSB alleen maar oog had voor de mannen, besloten de vrouwen een eigen weg te gaan. Ze organiseerden hun eigen kernploeg en de rest is geschiedenis: Geijssen, Schut en Kaiser behaalden niet lang daarna Nederlandse, Europese, Wereld- en Olympische titels.
In die eerste, onofficiële kernploeg zaten twee Noordwijkse ‘meiden’: Ante van Bohemen en Lenie Compier. Ze waren erbij toen de ploeg met Kaiser en Geijssen en Schut naar Hamar in Noorwegen trok om daar te trainen. Toch stootten Van Bohemen en Compier nooit door tot de wereldtop. Bij de Nederlandse kampioenschappen in maart 1964 in Deventer werd Ante 12e (met 24 (!) volle punten achterstand op winnares Stien Kaiser). Lenie wist zich niet bij de beste 16 te rijden en eindigde als ‘best of the rest’ op de 17e plaats.
Dat was het zo’n beetje. Zelfs regionaal reden Van Bohemen en Compier geen al te grote deuken in de spreekwoordelijke pakjes boter: in het Leidsch Dagblad van 20 januari 1964 wordt bericht dat Ante van Bohemen kampioen van Noordwijk wordt met minieme voorsprong op Lenie Compier (Wally van Schooten (18 jaar!) werd kampioen bij de mannen). De dames reden in Noordwijk overigens – waarschijnlijk op de lokale ijsbaan, De Kogo – wedstrijden van 420, 840 en 1260 meter.
Op zulke afstanden kón je internationaal natuurlijk niet voor de dag komen. Maar ze waren er wel dichtbij geweest.
NW 361: Lenie en Ante
