
In den beginnen was er dat prachtige, oer-Hollandse gedicht van Martinus Nijhoff “Ik ging naar Bommel om de brug te zien” (de nieuwe brug kreeg terecht des dichters naam)
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ‘t gras mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap, wijd en zijd
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.
Martinus Nijhoff
Het gedicht heeft in de Nederlandse letteren tot twee keer toe een pastiche gekregen. Een ontroerend mooie versie van Rutger Kopland over zijn bejaarde en al demente moeder.
De moeder het water
Ik ging naar moeder om haar terug te zien
Ik zag een vreemde vrouw. Haar blik was wijd en
leeg, als keek zij naar de verre overzijde
van een water, niet naar mij. Ik dacht: misschien
– toen ik daar stond op het gazon, pilsje gedronken
in de kantine van het verpleegtehuis, de tijd
ging langzaam in die godvergeten eenzaamheid –
misschien zou ’t goed zijn als nu Psalmen klonken.
Het was mijn moeder, het lijfje dat daar roer-
loos stond in ’t gras, alleen haar dunne haren
bewogen nog een beetje in de wind, als voer
zij over stille waatren naar een oneindig daar en
later, haar God. Er is geen God, maar ik bezwoer
Hem Zijn belofte na te komen, haar te bewaren.
Rutger Kopland
En er is ook een grappige versie van Gerrit Komrij. Of grappig? Zijn gedicht lijkt ook een aanklacht tegen milieuverontreiniging en het hele bliksemse ongerief van vieze stank en olie. Maar ja dan komen die klapsigaren aan het end en dat maakt het allemaal toch weer wat luchtig.
Het water de stank
Er was veel rommel op de brug te zien.
Ik zag onder de brug. Naar alle zijden
leek zich de vuile troep daar te verspreiden.
De lucht was zurig. Een minuut of tien
dat ik daar stond, in ’t gas, mijn kleren stonken,
mijn neus toonde verwantschap met wit krijt –
laat mij daar midden in de smerigheid
een knal vernemen dat mijn oren klonken.
Asjemenou. Het tankschip dat daar voer
spleet langzaam open, alsof het moest baren.
Het baarde een olievlek, met veel rumoer,
en wat ik rook wist ik dat walmen waren.
O, dacht ik, o, hier helpt geen mallemoer.
Ons lot ligt in de hand van klapsigaren.
Gerrit Komrij
Nu is er een derde pastiche, van ene Pjotr. Over een ‘zeegeroofd’ Noordwijk, of in ieder geval over ‘Noordwijk niet meer aan Zee’.
Noordwijk – De Zee
Ik ging naar Noordwijk om iets niet te zien
Ik zag een boulevard. In mijn mond een vreemde smaak:
Gatenkaas, verkeerd beton, afbraaksel en ook -braak
En helemaal geen water, geen zee. Misschien,
– ik stond nog steeds perplex en half verdoofd –
Hadden ze strand en zee gewoon verstopt
Geintje, humor, lachen, de toerist gefopt.
Maar neen, Noordwijk bleek écht zee te zijn geroofd.
Verdikkeme, alle glorie was opeens verdwenen,
Het zag er niet meer uit, mijn ogen gingen gloeien.
In mijn schoenen krulden al mijn tenen.
Opeens kon het me allemaal niet meer boeien
Ik besefte, en met al mijn genen moest ik wenen:
Noordwijk is nog steeds een meester in het knoeien.
Pjotr

gedichten bovenstaand,heel boeiend en prachtig,de onderste van deze nieuwe talent volle dichter,heel treffend,ik,begrijp t,kan me er helemaal invinden.
Prachtige gedichten. Onderste zou zomaar door een Noordwijker geschreven kunnen zijn. Maar nee, ’t schijnt ’n Hagenees te zijn. Interessant.
Geld en slechte smaak blijft een gevaarlijke combinatie.
Dichter bij Zee
De zee stijgt op
Valt neer
in heel veel kleine stukjes
zout wordt zoet
zoet wordt zout
zout wordt zoet
Tot het eind van haar bestaan
Bibi 10 jaar
Basisschool Klaverweide 1998
ook mooi,dit bovenstaande,bibi,was bezig met verhaal van de koepel van noordzee,die bij een zware storm,orkaankracht onder water liep,en werd bedreigt door een gestrand schip,mensen vluchten door stijgende water steeds hoger de koepel in,ik vroeg net aan mn vriend perry hoe die dancing vroeger onder de koepel heette,in die koepel ondanks de misere gaat alles ,het leven met zijn hele protocol gewoon zijn dagelijkse gang,schrijf nu tijdelijk op kladje,krijg net van perry binnen,namen dancing,sandpiper en later disco de golf t.o.lord nelson,zelfs de controleur van de gemeente ene aangewaaide,best wel aardig kwam met zijn bootje langs.
@ Kenneth Bestwell: Mooi als alle zout ooit zoet wordt. Klamp ik me aan vast!
De aangewaaide zilte wind, verward mijn haar,
zoals vanouds, zoek ik de zee, maar zie hem niet
ik ruik hem wel, hij is er toch, ik staar en staar
en draai in ’t rond, en voel een opkomend verdriet
ik zie wat duin, daarachter soms, is daar de zee
met strand en al, ik ren er heen, verwachtingsvol
en ja, verhip, hij is er nog, het zit weer mee
gerustgesteld, voor even maar, wat is de tol
die Noordwijkers betalen, de boulevard die is verdwenen
mijn jeugd is afgebroken, ik zoek naar een herkenningspunt
de statige hotels, maar alles wat ik zie, zijn opgestapelde stenen
Oh, was er maar verstand gebruikt, dan had ik het nog aangekund
Nu rest alleen de vuurtoren nog , met in zijn kielzog Janus
de koepel, ’t oude vissershuis, zij zien dit alles somber aan,
bestuurders, en ontwikkelaars, nu nog een rijmwoord……gajes ?
Dit gaat misschien ’n beetje ver, maar doe je best eens met zo’n baan.
nacht van poetry,heel mooi,geeft roering aan zee,onze systeem bestuurders beloven,kijk eens yuo tube,puur noordwijk,heel veel en verweg van realiteit,gaan voorbij aan de bezuinigingen en andere vormen van besturen.
Er meerdere pastiches van Nijhoffs sonnet, o.m.
Het meisje het lijk
Ik ging naar Bemmel om de brug te zien.
Ik zocht me rot, maar alles wat ik vond,
Was absoluut geen brug en zelfs geen pont.
Had ik de naam verkeerd gehoord misschien?
Wat lag daar in het gras? Het leek op iets
Dat lag te branden, want ik zag ook rook
Die opsteeg uit de grond. Het leek een spook.
Het was het lijk van Marja Braderic.
Ze was vermoord en toen in brand gestoken.
Haar vrienden hadden haar daar neergelegd.
Een mooie bloem was in de knop gebroken.
Nu zal zij nooit meer psalmen horen zingen.
Te laat heeft zij haar vriendschap opgezegd.
Haar vrienden bleken toch ellendelingen.
Geert Kruideren
Zelf heb ik er een gemaakt over de kunstenares wier kunst hoofdzakelijk geïnspireerd werd door de dood van haar zoon gesneuveld in Vlaanderen in de eerste wereldoorlog. Deze pastiche werd nog niet gepubliceerd. De voornaam moet een umlaut hebben op de a.
Kathe Kollwitz de moeder
Ik ging naar Duitsland om Berlijn te zien.
Ik zag het nieuw Berlijn. Twee overzijden
die elkaar vroeger plachten te bestrijden,
zijn weerom buren nu. Een dag of tien
dat ik daar was, de sfeer heb ingedronken,
mijn hoofd vol van geschiedenis diep en wijd
laat mij daar midden uit de absurditeit
een stem vernemen dat mijn oren klonken.
Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de Spree gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,
en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar Kathe Kollwitz voer.
Lobt Gott, zong zij, Seine Hand wird euch bewahren.
Paul Mercken
Nu heb ik toch maar even opgezocht wat "pastiche" betekent. Beetje laat misschien. Wikipedia zegt dit erover:
Tegenwoordig wordt de term pastiche vooral gebruikt om een literair werk aan te duiden dat is opgezet als een nabootsing van een werk van een bekende auteur: naar taalgebruik en gedachtegoed lijkt het werk sterk op die van een bepaalde auteur; soms wordt diens naam erbij vermeld, soms wordt die vervangen door een gefingeerde naam. De pastiche is in dit geval een vorm van mystificatie. In sommige gevallen worden zelfs citaten van de auteur op wie de pastiche betrekking heeft, ingelast. Dan kan de pastiche dicht in de buurt komen van het epigonisme of het plagiaat. De pastiche zit soms dicht tegen de parodie aan, maar de laatste is duidelijk bedoeld als, en ook uitgewerkt als een karikatuur van het werk van een gewraakte auteur.
Mooi gemaakt Paul. Een echte pastiche
Ik probeer het ook, maar het is niet zo goed gelukt.
Noordwijk
Ik liep op de boulevard om een herinnering te zien
Ik zag geen zee meer, en mooie gebouwen
waar ooit liepen, de vissersvrouwen
ben ik aan het hallucineren misschien
Vroeger als ik daar liep op het strand
mijn geest vol van weidse blikken
Triest moet ik wat tranen wegslikken
waar ben ik in Godsnaam aanbeland
ik zie een kind, de grond waar zij op speelt
is doordrenkt van eeuwen geschiedenis
Waar dichters en schilders zich hebben verbeeld
Zo voel ik een vreemde ontsteltenis
het kind, historisch bestolen en benadeeld
door projectontwikkelaars en bemoeienis.
@ Paul Mercken: mooi eerbetoon aan Kaethe Kollwitz. In Berlijn drink ik graag een biertje op de Kollwitzplatz en niet alleen omdat dat een mooi plein is.
@ Li-st: je eerste gedicht was geen pastiche. Het tweede komt in de buurt (je metrum vergt hier en daar nog enige aanpassing). Go on!
@pjotr: Is dit dan een pastiche ?
Ik ben veroordeeld tot de zee
En buig graag voor oude liefde
Kus haar huid, maar stijgen, vliegen, ik kan het niet
Een luisterblauwe rimpeling; bries als verdriet
Van voorbije jaren. In de zee beklijft
De herinnering. Als kind onwetend
En onbevangen, straks wachtend op
De laatste golf, melancholia & verlangen.
(Sarah Maria de Moll/Thomas Rap)
Pastiche:
Ik ben bevangen door de zee
en glimlach naar mijn oude liefde
Kus haar huid, ik zweef, ik vlieg, en zie haar niet
een fluisterzachte bries; schreeuw van verdriet
Van voorbije jaren. in de zee verankerd
de nostalgie. Als kind onschuldig
Onwetendheid, ik wacht niet meer op
de laatste golf, weemoed en vergankelijkheid.
Li-st (ben maar piepklein amateurtje hoor)
@ Li-st: wie ben ik dat ik dat allemaal mag beoordelen? Ik weet het ook niet precies. maar in dit laatste geval denk ik dat het thematisch en inhoudelijk en ook kwa woordkeus nog te veel leunt op het oorspronkelijke gedicht. Het is er ook geen parodie op. Maar heel eerlijk gezegd, denk ik dat het gedicht van Thomas Rap zich door gebrek aan voldoende rijm en metrum helemaal niet léént voor een pastiche. Eigenlijk.
@pjotr: Ik denk dat jij er wel het een en ander van af weet pjotr. En ik heb er helemaal geen kaas van gegeten. Ik doe maar wat zoals je ziet. Maaruh….ik begrijp wat je bedoeld, en ik geloof niet dat ik er voor in de wieg gelegd ben. Verdorie….weer een illusie naar de maan.
Beste Pjotr,
Ga ook eens naar haar museum in Charlottenburg.
Van harte,
Paul
@ Paul Mercken: Werde ich tun, Paul.