Met het openbaar vervoer kort na de Tweede Wereldoorlog was het een beetje lauw loene. De Blauwe Tram kwam langzamerhand wel weer op gang, maar het busverkeer kende een moeizamer start, hoewel er via de Engelsen en via de Nederlandse Spoorwegen (!) snel vele zgn. Crossleybussen op de markt kwamen, ook in de regio Haarlem, Leiden, Den Haag.
 
Bussen waren nog iets anders als het surrogaat op de foto (aan de Huis ter Duinstraat in Noordwijk): dit was een zgn. TCR/OB combinatie. Begin 1947 kreeg de NZH via bemiddeling van de NS negen Crossley trekkers, die speciaal voor de Nederlandse markt waren gebouwd in Engeland. De opleggers waren echter van Nederlands fabrikaat. Het chassis en de automatische koppeling waren van DAF uit Eindhoven, de carrosserie werd o.m. door de Fokkerfabrieken geleverd.
 
Volgens de overlevering waren het weinig comfortabele wagens. Bijna houten banken, zonder armleuningen en geen verwarming. Uiteindelijk werden in de wagens benzinekachels geplaatst. Of dat met alle daarmee gepaard gaande dampen en veiligheidsmaatregelen een verbetering was weten we niet.