Ik ga naar Leiden om nog net de tentoonstelling te kunnen zien in de Lakenhal over Theo van Doesburg: "Van Doesburg and the International Avant-Garde: Constructing A New World." De ambitieuze titel wordt meer dan waargemaakt. Hij is vooral bekend als oprichter en redacteur van het tijdschrift De Stijl, maar hij was ook zelf een veelzijdig kunstenaar – schilder, vormgever, architect, typograaf – en hij schreef verhalen, gedichten en artikelen. Hij fungeerde met zijn veelzijdigheid én met zijn dynamiek als een ware katalysator binnen de Europese avantgarde.
 
En hij was ook nog een ware Dadaïst (met Kurt Schwitters en Nelly van Doesburg trad hij op met een dadaistische voorstelling in de Leidsche Schouwburg, schuin tegenogver de Lakenhal, het publiek in opperste staat van waanzin en woede brengend: ze begonnen te blaffen en te miauwen. In de schouwburg!!).  
 
Het is allemaal veel te veel en veel te mooi wat ik op de tentoonstelling zie. Ik grijp me maar vast aan een anker dat ik ook nog even fotografisch vastleg met mijn telefoon (of telefonisch vastleg met mijn fotoapparaat): Ontwerp voor een Tegelvloer in Vakantiehuis De Vonk bij Noordwijk (1917-1918). Even verderop wordt een videootje gedraaid van De Vonk én van de tegelvloer én van de tableaus aan de buitenkant van het gebouw (dat voor de preciezen onder ons in Noordwijkerhout staat en voor de rekkelijken – zoals ik – in Noordwijk).
  
Ook trieste herinneringen trouwens: midden jaren tachtig vaak in Straatsburg. Een volledig onttakelde Aubette aan de Place Général LeClerq, waar Fransen nog maar eens hebben laten zien niet met beschaving te kunnen omgaan (alles wat Theo van Doesburg daar in de Music-Hall annex restaurant aan moois had aangebracht was weggemoffeld en deels vernietigd).
 
De tentoonstelling eindigt op zondag 3 januari. Daarna moet je naar Londen, naar de New Tate, vanaf 3 februari tot medio mei. Alle beelden, maar ook alle gedachten achter die beelden, zijn onuitsprekelijk mooi.
 
 
 
(zie ook mijn blog van april 2007)